Tallinn: Europese hoofdstad met Russische roots

Tallinn is de hoofdstad van Estland. Vanalinn is voor de meeste bezoekers dé reden om Tallinn te bezoeken. Vanalinn betekent letterlijk ‘Oude stad’. Deze historische binnenstad van Tallinn stamt grotendeels uit de 13e en 14e eeuw. In het geval van Tallinn heeft de middeleeuwse binnenstad de tand des tijds goed doorstaan. Tallinn wordt vaak aangeduid als de Middeleeuwse Parel van Europa. Veel van de gebouwen die je nu nog ziet in Vanalinn stammen uit de dertiende en veertiende eeuw. Sinds het jaar 1997 staat De historische binnenstad van Tallinn op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het toeristisch karakter van de binnenstad is daardoor wel enorm toegenomen. De middenstand in dit deel van Tallinn bestaat nu vooral uit restaurants en souvenirwinkels. Het echte leven van Tallinn heeft zich inmiddels naar buiten de stadsmuren van Vanalinn verplaatst. Het toerisme heeft ook gezorgd voor hogere prijzen. Naar Estische begrippen is het prijsniveau in de binnenstad van Tallinn hoog. Maar ja, geldt dat niet voor iedere historische binnenstad die op de Werelderfgoedlijst staat?



Lounge 24

Een fantastische plek om te genieten van het uitzicht over Tallinn is Lounge 24. Deze bar is gevestigd op de bovenste verdieping van het luxueuze Radisson Blu Tallinn hotel. Die bovenste verdieping is de 24e, vandaar de naam Lounge 24. Je hebt een mooi uitzicht over de Nieuwe Stad en wat verderop de Oude Stad. De bouwwerken op Toompea (de Domberg) zul je zeker goed zien staan van hieruit. Lounge 24 is niet alleen toegankelijk voor gaten van het hotel, ook als niet-gast kun je hier wat gaan drinken. Bij aangenaam zomers weer is het in de middag vaak druk op het terras. Het aantal plekken is vrij beperkt, waardoor het voor kan komen dat je dan geen plekje op het terras hebt.

>>> Radisson Blu Tallinn



De stadsmuur van Tallinn

Een belangrijk onderdeel van de historische binnenstad van Tallinn wordt gevormd door de stadsmuur inclusief de vele torens. Een groot deel van de oorspronkelijke stadsmuur is bewaard gebleven. In de vijftiende eeuw bereikte de muur een totale lengte van ruim 2,3 kilometer. Daar is op dit moment nog ongeveer 1,85 kilometer van over. De dikte van de muur is maar liefst bijna drie meter. Gecombineerd met een hoogte tot 16 meter zorgde de muur ervoor dat Tallinn voor vijanden een bijna onneembare vesting was. in de wijde omtrek wist men dat Reval, zoals Tallinn vroeger heette, te goed verdedigd werd. Op een aantal plekken kun je de stadsmuur nog op. De ommuring telt tegenwoordig nog 26 torens. Dat zijn er vroeger meer dan veertig geweest. Het exacte aantal is nergens bekend. In de muur zijn een aantal poorten nog aanwezig.

Nieuw verdringt oud

Transformatie, dat is wat er zich al jaren afspeelt in Tallinn. Niet in het oude centrum, want dat is beschermd door de vermelding op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Nee, de transformatie speelt zich af buiten de stadsmuren van historisch Tallinn. Jarenlang communisme ten tijde van de Sovjet-Unie betekende stilstand voor de ontwikkeling van Tallinn. De wijken rondom het historisch centrum werden vooral opgevuld met flatgebouwen die op zijn zachtst gezegd niet tot de mooiste woonwijken zorgden. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de toetreding tot de Europese Unie zie je dan ook dat het uiterlijk van de stad snel verandert. Wie meer dan tien jaar niet in Tallinn is geweest die zal een deel van de stad niet terug kennen. Met name rondom het uit het Sovjet-tijdperk gebouwde Viru hotel is een compleet nieuwe zakenwijk gekomen. De wijken Maakri en Kompassi zijn onherkenbaar veranderd. Banken, zakencomplexen en hoogbouwhotels domineren het uiterlijk nu in het Nieuwe Tallinn. De transformatie is nog steeds gaande. Continu verdwijnen er oude woonblokken, winkels en kantoren om plaats te maken voor nieuwbouw.

Benedenstad

Het drukst bezochte deel van Tallinn is de Benedenstad. Dit deel wordt ook aangeduid als De Oude Stad. De Benedenstad is een wirwar van oude straten die haar bloeiperiode kende als hanzestad, toen nog onder de naam Reval. De rijkdom uit de middeleeuwen is terug te zien in de fraaie gebouwen die je aantreft in de Benedenstad. In de Benedenstad staan een aantal gebouwen die als bezienswaardigheid aangeduid worden, zoals het oude raadhuis, de beiden Sint-Nicolaaskerken (Niguliste kirik en Nikolai kirik), de Sint-Olafkerk, de Heiligegeestkerk en de toren Kiek in de Kök. De grootste bezienswaardigheid is de binnenstad in zijn geheel, waarbij vrijwel ieder straatje de moeite waard is. De Benedenstad is hierdoor één grote toeristische attractie geworden. Het echte dagelijkse leven is daardoor verdrongen door toeristenwinkels, terrassen en restaurants.

De centrale plek in de Benedenstad is het Raadhuisplein (Raekoja plats). Als er iets georganiseerd wordt zoals een markt, festival of muziekfeest dan speelt zich dat hier af. Als toerist misschien leuk, maar helaas krijg je op het moment dat er een evenement is geen goed beeld van hoe het plein er normaal uitziet. Het maken van goede foto’s is op dat soort momenten ook erg lastig.

KGB Museum

Dankzij het televisieprogramma ‘3 op reis’ wist ik van het bestaan van het KGB-Museum af. Dit museum is gevestigd in het Viru hotel, dat op ongeveer vijfhonderd meter afstand ligt van de oude binnenstad van Tallinn. Het Viru hotel was de eerste hoogbouw in heel Estland. Dankzij de kennis en materialen van de Finnen hebben ze het hotel in slechts drie jaar tijd gebouwd. Als de Russen het zelf hadden moeten doen had dit waarschijnlijk zeker tien jaar gekost. Russen? Ja, Russen. Estland was toen het hotel openging in 1972 nog onderdeel van de Sovjet-Unie. De Koude Oorlog was toen zowat op zijn hoogtepunt. Het liefst hadden de Russen geen pottenkijkers binnen hun rijk. Ze hadden echter zo erg behoefte aan keiharde buitenlandse valuta dat men toeristen nodig hadden die die valuta met zich meebrachten. Om die toeristen voldoende accommodatie te bieden bouwde men het Viru Hotell, een 23 verdiepingen tellend bouwwerk waar maximaal 820 gasten konden overnachten.

De Russen vertrouwden hun gasten voor geen meter. Volgens hen was de helft van de toeristen spion en de andere helft deugde gewoonweg niet. Taak voor de KGB om de toeristen die Estland bezochten op minutieuze wijze in de gaten te houden. Dat begon al bij het boeken. Alle vakanties naar Tallinn moesten geboekt worden via het Russische toeristenbureau Intourist Service Bureau. Daar begon de intelligentiemachine al te werken, want voordat je na lange tijd eindelijk je visum kreeg was je al helemaal doorgelicht door de KGB.

Het hotel zelf was een KGB bolwerk. Nadat de Finnen het hotel gebouwd heeft, heeft de KGB in maximaal twee weken het hotel al verbouwd voordat het openging voor het publiek. Kilometers aan bedrading, honderden microfoons en antennes werden in het beton en in de plafonds verwerkt. Men zegt in het Engels dan ook wel dat het hotel niet met ‘concrete’ maar met ‘microconcrete’ gebouwd is. Huzarenstukje was het verborgen houden van de 23e verdieping. Deze verdieping bestond officieel niet. De liften gingen dan ook niet verder dan tot de 22e verdieping. Dat is overigens nog steeds zo. Via een afgesloten deur kun je een trap bereiken die naar de 23e verdieping leidt. Officieel stonden er op de 23e verdieping alleen maar technische installaties als men ernaar vroeg.

De 23e verdieping is de plek waar de KGB haar verborgen kantoor had. Dit heeft de KGB in in 1991 in allerijl verlaten. Binnen 1 of 2 dagen waren de KGB-agenten vertrokken uit het Viru hotel. Ze hebben daarom niet de kans gehad om alle spionagespullen mee te nemen of te vernietigen. Het kantoor is in de staat gelaten zoals het achtergelaten is. De Zweedse eigenaren die het hotel later opgekocht hebben, hebben van de 23e verdieping het KGB-museum gemaakt. Zes tot zeven keer per dag wordt er een rondleiding gegeven, waarvan 1 of 2 keer in het Engels. Dit gebeurt met groepen van maximaal 25 personen. Reserveren is daarom aangeraden. Gasten van het Viru Hotel krijgen korting op de rondleiding.

Tijdens het bezoek kun je ook de brede balkons aan beide zijden van het hotel betreden. Van hieraf heb je een prachtig zicht over de beide kanten van Tallinn. Aan de ene kant de oude stad, aan de andere kant de haven met de grote veerboten en cruiseschepen. Dit uitzicht was vroeger voorbehouden aan de KGB agenten. Om te voorkomen dat derden per ongeluk het uitzicht op gevoelige installaties zou kunnen zien werden de ramen met zwart folie bedekt.

Alexander Nevski kathedraal

De Alexander Nevski kathedraal is een indrukwekkende Russisch-orthodoxe kathedraal die deels gezichtsbepalend is voor de Domberg (Toompea). De kathedraal is gebouwd van 1895 tot 1900 en is gewijd aan de heilige Alexander Nevski. Na de Estische Onafhankelijkheidsoorlog (1918-1920) wilde men de kathedraal oorspronkelijk slopen, omdat het als symbool van de Russische onderdrukkers gezien werd. Het ontbreken van financiële middelen heeft de sloop voorkomen. In 1941 werd de Alexander Nevski kathedraal door de Duitse bezetters gesloten. Jarenlang is de kathedraal prooi geweest van verval. Pas in de jaren negentig is de kathedraal gerestaureerd, nadat Estland opnieuw onafhankelijk werd. De kerk is inmiddels helemaal in de oude glorie hersteld. De fraai gedecoreerde kathedraal staat weer trots te pronken bovenop de Domberg.

Toegang tot de Alexander Nevski kathedraal is gratis. Wie de kathedraal betreedt mag echter geen foto’s of filmopnames maken. Erg jammer, want de uit hout gesneden iconostases zijn zeker de moeite van het vastleggen waard.

Vabaduse väljak

Vabaduse väljak is de Estische naam voor Vrijheidsplein. Dit grote autovrije plein ligt ten zuiden van de Vanalinn, de oude historische binnenstad van Tallinn. Het plein heeft recent een grote herinrichting ondergaan. De uit het jaar 1867 stammende lutherse kerk Jaani kirik staan nog steeds aan het plein. De neogotische kerk staat aan de oostkant van Vabaduse väljak. Aan de overkant, aan de westelijke kant, is in 2009 de Vabadussõja võidusammas weggezet. Dit 23,5 meter hoge monument bestaat uit 143 glazen platen. Het monument is bedoeld om de mensen te herdenken die tijdens de Estische Onafhankelijkheidsoorlog (1918-1920) gesneuveld zijn. Aan de Estische kant zijn tijdens die oorlog ongeveer vierduizend mensen gedood en ongeveer 14.000 mensen raakten gewond. Bovenop de kolom staat het Vrijheidskruis. De Orde van het Vrijheidskruis is een orde van verdienste die in 1919 in Estland ingesteld werd.

Aan de zuidkant van het plein ligt de Kaarli Boulevard. Onder de straat zit een overgrond winkelcentrum met een uitgang aan het Vrijheidsplein. Aan de noordkant loop je zo de oude binnenstad in. Aan de noordwestkant van het Vrijheidsplein heb je zicht op Kiek in de Kök.

Pikk jalg

Pikk jalg is het belangrijkste pad de Domberg op, richting de citadel. Pikk jalg betekent zoiets als Lange Been. Het pad stamt uit de veertiende eeuw en leidt je traploos naar de hoger gelegen Domberg (Toompea). De wandeling over Pikk jalg geeft je het gevoel ineens in de middeleeuwen terecht gekomen te zijn. Het begint al met de poort waar je doorheen moet om naar boven te lopen. Vervolgens ligt het pad zelf tussen twee hoge muren, waar aan de rechterkant de bouwwerken op indrukwekkende wijze boven de muur uitsteken. Langs het pad zitten vaak schilders die ter plaatse hun schilderijtjes maken en ze hier aan de man proberen te brengen. Ook staan er vaak verkopers van ansichtkaarten en boeken over Tallinn. Aan het einde van Pikk jalg passeer je wat terrassen en souvenirwinkels voordat je bij de indrukwekkende Alexander Nevski-kathedraal aankomt.

Rotermanni Kvartal

Het Rotermann Kwartier is een historische wijk in Tallinn. Rotermanni Kvartal (Fins) of Rotermann Quarter (Engels) ligt in het centrum van Tallinn, tussen de oude historische stad, de haven en Viru Square. Oorspronkelijk is het een industriële wijk, die eind jaren negentig een grondige transformatie onderging. De oude fabrieksgebouwen en magazijnen zijn deel blijven staan. Daar zijn allerlei nieuwbouwpanden tussen gebouwd die prima geïntegreerd zijn binnen de bestaande omgeving. De architectuur is op zo’n manier toegepast dat er een soort van eerbetoon is ontstaan aan de industriële geschiedenis van Tallinn. Het hart van Rotermanni Kvartal bestaat nu uit een aantal restaurants, wat winkels, appartementencomplexen en Coca Cola Plaza. Dit laatste is een moderen elf zalen tellende multiplex cinema. Wie in de zomermaanden Rotermanni Kvartal bezoekt die zal kunnen genieten van de relaxte muziek die de DJ’s van loungeterras Bollywood Terrass voortbrengen. De combinatie van groovy beats, terrassen, zomers weer en staaltjes van hoogstaande architectuur maken van Rotermanni Kvartal dan een geweldige plek om te vertoeven.

Raekoja plats

Het hart van Tallinn wordt gevormd door Raekoja plats, oftewel het Raadhuisplein. Dit is het belangrijkste en meest levendige plein van Vanalinn. Het meest opvallende gebouw is het raadhuis (raekoda). Het raadhuis stamt oorspronkelijk uit 1322, maar is in de 15e eeuw flink verbouwd. Het gebouw zoals het er nu staat is grotendeels zoals het er ruim zeshonderd jaar geleden al uitzag. Het gotische raadhuis heeft een spitse achthoekige toren. Op deze toren staat al sinds het jaar 1530 de windwijzer Oude Thomas (Vana Toomas). Tegenover het raadhuis ligt de raadsapotheek. Deze is gelegen aan Raekoja plats 11. De stadsapotheek stamt vermoedelijk uit het jaar 1415. Het is in ieder geval van voor 1422, want op dat moment had de apotheek al haar derde eigenaar. De apotheek zou de oudste van Europa en mogelijk zelfs van heel de wereld zijn. De apotheek is nog steeds als apotheek in gebruik. Het raadhuisplein bestaat vooral uit restaurants, wat winkels en veel terrassen. In de zomerperiode zitten de terrassen een groot deel van de dag vol. Het plein vormt verder vaak het decor van festivals, muziekevenementen en feesten zoals Tallinna Vanalinna Päevad.

Jouw opmerkingen of tips over Tallinn

Wil je een tip delen over Tallinn, vertellen wat je van Tallinn vindt of reageren op de inhoud van deze pagina? Laat je bericht achter!

Korte zomernachten

Tallinn ligt op bijna 60 graden noorderbreedte. Door deze ligging heeft Tallinn te maken met zeer lange nachten in de wintermaanden (tot achttien uur), waardoor de wintermaanden extra donker aanvoelen. De zomermaanden profiteert Tallinn daartegenover juist van zeer korte nachten. In de tweede helft van juni gaat de zon pas tegen elf uur ’s avonds onder en kont hij vlak na vier uur ’s ochtends alweer op. Helemaal pikdonker wordt het echter niet in dit deel van het jaar. De bij dit artikel geplaatste foto is bijvoorbeeld middernacht genomen in noordelijke richting. Daar wordt de lucht de hele nacht niet donker in de tweede helft van juni. Het is best een rare gewaarwording om  straat te lopen om elf uur ’s avonds als het net aan het schemeren is. Dit zorgt ervoor in combinatie met het uur tijdsverschil dat er is tussen Estland en Nederland dat het voor je gevoel erg vreemd is om voor middernacht naar bed te gaan. Dat de zon pas laat onder gaat betekent ook dat mensen laat op de avond nog een drankje gaan drinken om van het uitzicht te genieten. Op het dakterras van Lounge 24 (Radisson Blu Tallinn) wordt het in juni pas na elf uur ’s avonds weer druk.

Toompea

De Domberg, in het Estisch Toompea genaamd, is het hoger gelegen stuk van Vanalinn, het middeleeuwse centrum van Tallinn. Hier woonde vroeger de adel en de geestelijkheid. Vanaf hun berg konden ze letterlijk en figuurlijk neerkijken op de normale bevolking. De Domberg is slechts bereikbaar via een tweetal straatjes: Lühike jalg (“Korte Been”) en Pikk jalg (“Lange Been”). Pikk jalg is de meest gebruikte route, waarna je bijna direct uitkomt bij het mooiste bouwwerk van Toompea: de Alexander Nevski-kathedraal. Daar tegenover ligt het Toompeakasteel, waar het Estische parlement in gehuisvest is. Andere bezienswaardigheden op de Domberg zijn de Domkerk, het Huis van de Estlandse Ridderschap en delen van de vestingmuur met als letterlijk hoogtepunt de toren Lange Herman (Pikk Hermann).

Door de hoge ligging heb je vanaf de Domberg een prachtig uitzicht over Tallinn. Hoewel er kaarten zijn waarop de uitzichtpunten aangegeven staan is het nog niet altijd even gemakkelijk als het lijkt om ze te vinden. Dat komt omdat de meeste straten in Toompea doodlopend zijn.

Wandelen door Toompea betekent dat je vrij weinig geconfronteerd wordt met auto’s. Ook is het hier wat betreft toeristen rustiger dan in de benedenstad. Dat komt vooral omdat de meeste winkeltjes en restaurants in de benedenstad gevestigd zijn. Hierdoor is Toompea relatief rustig waardoor het meer authentiek overkomt op je als bezoeker.

Kinderkopjes

De bestrating bestaat in het gehele historische centrum van Tallinn uit kinderkopjes, ook wel kasseien genoemd. Door het toepassen van deze bestrating wordt het historisch karakter van de stad bewaard gebleven. Er kleven echter wel twee nadelen aan kinderkopjes. Ten eerste heeft deze bestrating veel meer last van gladheid bij sneeuw of ijzel. Ten tweede is het een ramp voor vrouwen op hakken. Langs veel wegen is er een smal voetpad aangelegd van normale stoeptegels. Zeker op drukke dagen zal het niet altijd eenvoudig zijn om deze paden op te zoeken. Dames die gaan wandelen in Tallinn raden we dan ook aan om het comfort boven het esthetisch aspect te laten gaan. Gewoon goede loopschoenen aan, dat maakt het verkennen van Tallinn een stuk aangenamer!

Taxi cowboys

Een taxi nemen in Tallinn betekent de kans lopen om flink een oor aangenaaid te worden. Het liberale taxisysteem in Tallinn is op basis van vrije marktwerking. Een taxichauffeur mag daarom zonder enige beperking zin tarieven bepalen. Dit heeft als keerzijde dat er eigenlijk twee soorten taxi’s rondrijden: de net geprijsde taxi’s die veelal bij de grotere taxiorganisaties aangesloten zijn en de zelfstandige taxi’s. Een groot deel van deze zelfstandige taxichauffeurs rekenen prijzen die drie tot maar liefst vijf keer zo hoog zijn als die van de taxi’s die aangesloten zijn bij een organisatie. Het verschil tussen de twee soorten taxi’s is voor een leek niet direct te herkennen. Beiden soorten komen hoofdzakelijk in de kleur zwart (vooral van het merk Mercedes), geel en wit voor. Beide soorten hebben gele stickers op de deuren en/of gele taxibordjes op het dak. Beide soorten taxi’s staan op of bij taxistandplaatsen. Daar zit echter het grote verschil, want de goedkopere taxi’s van de grote organisaties staan bij de officiële taxistandplaatsen, de duurdere collega’s staan heel dicht in de buurt.

Soms, zoals bij de taxistandplaats op Viru, staan ze zelfs voor de taxistandplaats. Door de gele kleur van de auto zien de toeristen het verschil niet, stappen in en zijn vervolgens 25 tot 30 euro kwijt voor een rit van amper 5 minuten. Helaas de je hier niets tegen als je eenmaal ingestapt bent en de chauffeur de opdracht hebt gegeven ergens naartoe te rijden.

Je herkent de dure taxi’s door op de gele tarievenkaart te kijken die op de rechter achterdeur moet zitten van iedere taxi. Dat zijn ze wettelijk wel verplicht. Op die manier zie je welke taxi’s duur zijn en welke niet. De dure taxi’s rekenen kilometerprijzen van enkele euro’s per kilometer. Daarnaast rekenen ze uurtarieven die oplopen naar 75 tot bijna honderd euro per uur.

Het advies is daarom om te kijken waar een taxi staat. Dus op een officiële taxistandplaats of op de oprit van een hotel. Niet BIJ een taxistandplaats of voor een hotel op straat. Voordat je instapt: bekijk altijd eerst te tarieven. Herken je erg hoge tarieven, weiger dan in te stappen. Dit geldt ook voor een taxi die je aangehouden hebt op straat. Je hebt altijd het recht om eerst de tarieven te bekijken en dan pas te beslissen of je de taxi ook daadwerkelijk gaat gebruiken. Laat je niet onder druk zetten door de chauffeur om ook daadwerkelijk in te stappen.

Wie aankomt op het vliegveld of bij de veerterminal, daarvoor geldt hetzelfde. Netjes in de rij staan de goedkope taxi’s bij de officiële plekken. Bij de veerterminal staan de dure cowboys aan de overkant van hetzelfde straatje. Oplichters zullen we ze niet noemen, want ze voldoen aan de wettelijke regels. Of het juist is om onwetende toeristen zoveel mogelijk geld te laten betalen voor een taxirit en daardoor indirect Tallinn een slechte naam bezorgt is echter de vraag. Wie dit artikel heeft gelezen is in ieder geval gewaarschuwd.

Kiek in de Kök

De naam Kiek in de Kök is Nederduits voor “Kijkje in de keuken”. Deze naam wordt gebruikt voor kanontorens die deel uitmaken van verdedigingsmuren, met name in Hanzesteden zoals Tallinn (vroeger: Reval). De naam verwijst naar het feit dat de soldaten die in de toren zaten zo in de keukens van de omliggende huizen konden kijken. De Kiek in de Kök die in Tallinn staat behoort tot de best bewaarde kanontorens. De toren heeft een hoogte van maar liefst 38 meter en heeft een doorsnede van ongeveer zeventien meter. De bakstenen muren hebben een dikte van zo’n vier meter. De Kiek in de Kök is onderdeel van het stadsmuseum van Tallinn. Het behoort tot de belangrijkste bezienswaardigheden in de oude binnenstad van Tallinn.

Bloemenkraampjes Viru

Wie via Viru de oude binnenstad van Tallinn betreed die zal aan de linkerkant eerst een rij met bloemenstallen passeren. De vele boeketten zorgen voor een extra fleurige wandeling richting de Viru entreepoort. Het blijft een apart verschijnsel om te zien dat alle bloemenverkopers zich op één plek concentreren. Zo’n soort van bloemenmarkt lijkt iets typisch voor voormalige oostbloklanden. Ergens in Roemenië heb ik dit ook gezien, net als in de Bulgaarse havenstad Varna. Voordeel is dat je op deze manier goed het aanbod en de prijzen met elkaar kunt vergelijken. De prijzen liggen op een leuk niveau, waardoor het ook voor jou als toerist de moeite waard is om met een heerlijk boeket bloemen de hotelkamer of appartement op te fleuren.

Overnachten in Tallinn

Het gros van de accommodaties in Tallinn is gevestigd in het oude centrum van Tallinn. Dit zijn stuk voor stuk kleinere hotels, huizen met appartementen en pensions die vrijwel allemaal gevestigd zijn in historische panden. In dit deel van Tallinn overnachten betekent dat je kans hebt dat je in een vrij levendig stuk van Tallinn zit. Houd bijvoorbeeld rekening met de aanwezigheid van terrassen die in de zomermaanden tot laat in de avond druk bevolkt kunnen zijn met alle geluidsoverlast van dien. Wie goedkoop wil overnachten op loopafstand die zou eens in de vernieuwde wijk Rotermanni Kvartal moeten kijken Hier zit onder andere een goedkoop hostel, het 16€ Hostel. De vanaf-prijs laat zich niet moeilijk raden. In deze hippe wijk zitten ook nog wat appartementen die je kunt huren. De luxe hotels bevinden zich vooral in de wijk Maakri. Radisson Blu Hotel Tallinn en Swissotel Tallinn zijn twee recent gebouwde luxe hoogbouwhotels. Het oudere Radisson Blu Olümpia stamt oorspronkelijk uit het jaar 1980. Zoals de naam het al zegt is dit hotel gebouwd vanwege de Olympische Spelen die in 1980 gehouden werden in Moskou. Estland hoorde toen nog bij de Sovjet-Unie. Het onderdeel zeilen werd toen in Tallinn afgewerkt. Op het moment dat het Olümpia hotel gebouwd werd overtrof het wat betreft hoogte het tot op dat moment enige hoge hotel Viru. Het Viru hotel is een begrip in Tallinn. Het is het begin geweest van het toerisme in Estland. Het hotel was vooral bedoeld om harde buitenlandse valuta binnen te halen. Het KGB-hotel, zoals het toen in de volksmond heette, is nog steeds een van de meest populaire hotels in Tallinn. Maximaal 1080 gasten kunnen hier overnachten op vijf minuten lopen van de historische binnenstad.

Tornide Väljak

Aan de westkant van Tallinn ligt het Tornide Väljak. Officieel een plein, maar feitelijk is het eigenlijk een park. Dit aangename wandelgebied is een stukje rust binnen het centrum van Tallinn. Tevens biedt het een fraai uitzicht op een deel van de oude vestingmuren en een paar van haar torens. Voor kinderen zijn er wat speeltoestellen. Tornide Väljak kent geen waterpartijen of speciale elementen om zich permanent te onderscheiden van andere stadsparken. Wel wordt het park soms omgetoverd in een openlucht kunstmuseum. Dit gebeurt dan onder de titel “Tallinna lillefestival”. In goed Nederlands het bloemenfestival van Tallinn. Je kunt dan tijdens de zomermaanden genieten van kleine tuintjes die binnen het park tijdelijk aangelegd zijn. Er ontstaan zo wandelroutes langs kleine kunstwerkjes, die ieder een eigen interpretatie zijn van de hoofdonderwerpen van dat jaar.

Fietsen in Tallinn

Met deze fietstour door Tallinn kom je langs alle belangrijke bezienswaardigheden die Tallinn te bieden heeft. We starten in het centrum en onze tourgids neemt je mee in kleine groepen door Tallinn. Hij vertelt je alles dat er te weten is over deze prachtige stad. De invloed van het Sovjet-rijk, de link tussen verleden en heden en hoe een local leeft in Tallinn. De tour is zeker de moeite waard. Boek hier de tour.

Tallinna Vanalinna Päevad

Ieder jaar wordt er in het middeleeuwse centrum van Tallinn, Vanalinn, het feest Tallinna Vanalinna Päevad gehouden. Dit gebeurt in de zomer. Gedurende ruim een week beleef je Tallinn een beetje zoals het hier in de middeleeuwen was. Pleinen en straten van het oude centrum van Tallinn worden dan gevuld met kunst, muziek, cultuur, theater en nog meer. Vooral het Raadhuisplein is tijdens Tallinna Vanalinna Päevad het toneel van allerlei festiviteiten. Zo kun je genieten van folkloristische muziek, dans en toneelstukken. Voor veel toeristen is deze week hét moment om Tallinn te bezoeken. Dat zorgt voor een hoge bezettingsgraad van de hotels, dus ook voor hogere kamerprijzen. Houd hier rekeing mee als je tijdens Tallinna Vanalinna Päevad naar Tallinn wilt reizen.

Eten in Tallinn

Uit eten in Tallinn is wat betreft de kwaliteit een kwestie van geluk hebben. Feit is dat je in het historische centrum van Tallinn vaak aanzienlijk meer betaalt dan buiten de oude kern. De restaurants moeten het her voor ten minste negentig procent hebben van de toeristen die Tallinn bezoeken. Aangezien toeristen weinig keuze hebben (zelf koken gaat niet in een hotel) en ze zich vooral concentreren in de oude binnenstad, is het eten hier gemiddeld van een matig niveau en naar Estische begrippen te duur tot veel te duur. Het is echt niet zo dat het allemaal kommer en kwel is, maar de kans dat je culinaire hoogstandjes aantreft in het hartje van Tallinn is zo groot niet. Dit geldt helemaal voor de vele terrasjes op het Raadhuisplein. Niet voor niets dat hier proppers in klassieke kleding rondlopen om klanten te lokken. Zoals het gezegd luidt: “goede wijn behoeft geen krans”. Goede internationale keukens vind je onder andere in de luxe hotels zoals Radisson en Swissotel. Deze zijn beiden gelegen in de Nieuwe Stad. Ook de restaurants in Rottermanni Kvartal zijn over het algemeen aangenaam.