Emily Ruete werd in 1844 op Zanzibar geboren als Sayyida Salme, een Arabische prinses. Ze was een dochter van Said bin Sultan, de sultan van Muscat en Oman, en Jilfidan, een Circassische bijvrouw. Na de dood van haar ouders leerde ze in Stone Town de Duitse koopman Rudolph Heinrich Ruete kennen. Toen ze zwanger raakte, vluchtte ze in 1866 naar Aden. Daar liet ze zich dopen, trouwde ze met Ruete en vertrok ze met hem naar Hamburg. Ze kregen vier kinderen, van wie er drie opgroeiden.
Haar man kwam in 1870 om het leven bij een tramongeluk, waardoor ze in geldnood raakte. Later schreef ze haar herinneringen, die in 1886 verschenen als “Memoiren einer arabischen Prinzessin”. Dit geldt als de eerste bekende autobiografie van een Arabische vrouw. In het Paleis van de Sultan is een verdieping aan haar gewijd, en in Stone Town is ook een klein museum over haar leven, het Princess Salme Museum.


