In het grote gebouw met de fonteinen aan het Republiekplein zitten twee musea. Het Historisch Museum van Armenië werd in 1919 opgericht en ging in 1921 open. De collectie telt ongeveer 400.000 voorwerpen en loopt van de prehistorie via de middeleeuwen tot de moderne tijd, met onder meer archeologische vondsten, tapijten en klederdrachten.
Op de verdiepingen erboven zit de Nationale Galerie van Armenië, opgericht in 1921 en sinds 1931 een zelfstandig museum. Met ruim 19.000 werken is het een van de grootste kunstmusea van de voormalige Sovjet-Unie. Naast Armeense schilders als Hovhannes Aivazovsky en Martiros Saryan hangt er werk van Russische kunstenaars als Repin en Levitan en van Europese meesters als Rubens, Van Dyck en Tintoretto. De galerie is op maandag gesloten.


