Jerevan, de roze hoofdstad van Armenië

Jerevan is de hoofdstad van Armenië en met ongeveer 1,1 miljoen inwoners veruit de grootste stad van het land. De geschiedenis begint in 782 voor Christus, toen koning Argishti I van Urartu de vesting Erebuni stichtte op een heuvel aan de zuidrand van de huidige stad. Sinds 1918 is Jerevan de hoofdstad. Het centrum kreeg zijn huidige vorm volgens het stadsplan dat architect Alexander Tamanyan in 1924 maakte, met brede lanen, een ring van parken en gebouwen van roze en gele tufsteen. Daaraan dankt Jerevan de bijnaam de roze stad. Bij helder weer zie je vanuit veel plekken in de stad de Ararat liggen.

De meeste bezienswaardigheden liggen op loopafstand van elkaar: het Republiekplein, de opera, de Noordelijke Laan en de Cascade, met bovenaan uitzicht over de stad. Iets verder liggen het genocidemonument Tsitsernakaberd en het beeld van Moeder Armenië, allebei op een heuvel. Jerevan is ook een goede uitvalsbasis voor dagtochten naar de tempel van Garni, het klooster Geghard en Etsjmiadzin, de zetel van de Armeense Kerk. De internationale luchthaven Zvartnots ligt ten westen van de stad.



Cascade

De Cascade is een enorme trap van lichte steen die het centrum van Jerevan verbindt met de hoger gelegen wijken in het noorden. Het idee kwam uit het stadsplan van Alexander Tamanyan; het huidige ontwerp is van Jim Torosyan, Aslan Mkhitaryan en Sargis Gurzadyan. De bouw begon in de Sovjettijd en werd na de aardbeving van 1988 en de val van de Sovjet-Unie stilgelegd. Het bovenste deel is nog altijd niet af. Afhankelijk van de kant tel je zo’n 555 tot 572 treden.

Binnen in het complex lopen roltrappen omhoog, en er zit het Cafesjian Museum of Art, dat in 2009 openging. Aan de voet ligt een beeldentuin met onder meer de kat en de Romeinse soldaat van Fernando Botero en werk van Jaume Plensa en Lynn Chadwick. Daar staat ook het monument voor Tamanyan uit 1974. Vanaf de terrassen kijk je over de stad, en bij helder weer tot aan de Ararat.



Genocidemonument Tsitsernakaberd

Het monument voor de Armeense genocide staat op de heuvel Tsitsernakaberd, boven de kloof van de rivier de Hrazdan. Het werd in 1967 gebouwd naar een ontwerp van Arthur Tarkhanyan en Sashur Kalashyan. In het midden brandt een eeuwige vlam, omringd door twaalf schuin geplaatste basaltplaten. Ernaast staat een zuil van 44 meter. Het monument herdenkt de Armeniërs die vanaf 1915 in het Ottomaanse Rijk werden vermoord; naar schatting gaat het om anderhalf miljoen mensen.

Naast het monument ligt het Genocidemuseum, dat in 1995 openging, tachtig jaar na het begin van de genocide. Het museum toont documenten, foto’s en getuigenissen. Elk jaar op 24 april, de nationale herdenkingsdag, lopen duizenden mensen naar de heuvel om bloemen bij de vlam te leggen. Langs het pad naar het monument staan bomen die zijn geplant door buitenlandse staatshoofden en andere bezoekers.

Moeder Armenië

Het beeld van Moeder Armenië staat in het Overwinningspark, op een heuvel boven het centrum van Jerevan. Het beeld van beeldhouwer Ara Harutyunyan is 22 meter hoog; samen met de sokkel komt het monument op 51 meter. Moeder Armenië houdt een zwaard horizontaal voor zich. Op dezelfde sokkel stond van 1950 tot 1962 een standbeeld van Stalin, dat in het voorjaar van 1962 werd weggehaald. In 1967 kwam Moeder Armenië ervoor in de plaats.

In de sokkel zit het militair museum Moeder Armenië van het ministerie van Defensie. Het begon als museum over de Tweede Wereldoorlog en gaat nu voor een groot deel over de oorlog in Nagorno-Karabach van 1988 tot 1994. Rond het monument staan tanks en vliegtuigen, en voor de sokkel brandt een eeuwige vlam. Het Overwinningspark zelf is een groot park met wandelpaden en uitzicht over de stad.

Republiekplein

Het Republiekplein is het centrale plein van Jerevan. Architect Alexander Tamanyan ontwierp het in zijn stadsplan van 1924. De bouw begon in 1926 met het regeringsgebouw en eindigde pas in 1977 met de Nationale Galerie. De gebouwen rond het ovale plein zijn opgetrokken uit roze en gele tufsteen. Van 1940 tot 1990 heette het Leninplein; het standbeeld van Lenin werd in april 1991 weggehaald.

Rond het plein staan het regeringsgebouw met de klokkentoren, het gebouw met het Historisch Museum en de Nationale Galerie, het Armenia Marriott Hotel uit 1958 en twee voormalige ministeries. Voor het museum liggen fonteinen die sinds 2007 op muziek kunnen spuiten. Het plein ligt midden in het centrum, op een paar minuten lopen van de Noordelijke Laan en bij metrostation Republiekplein.

Historisch Museum en Nationale Galerie

In het grote gebouw met de fonteinen aan het Republiekplein zitten twee musea. Het Historisch Museum van Armenië werd in 1919 opgericht en ging in 1921 open. De collectie telt ongeveer 400.000 voorwerpen en loopt van de prehistorie via de middeleeuwen tot de moderne tijd, met onder meer archeologische vondsten, tapijten en klederdrachten.

Op de verdiepingen erboven zit de Nationale Galerie van Armenië, opgericht in 1921 en sinds 1931 een zelfstandig museum. Met ruim 19.000 werken is het een van de grootste kunstmusea van de voormalige Sovjet-Unie. Naast Armeense schilders als Hovhannes Aivazovsky en Martiros Saryan hangt er werk van Russische kunstenaars als Repin en Levitan en van Europese meesters als Rubens, Van Dyck en Tintoretto. De galerie is op maandag gesloten.

Opera

Het Nationaal Academisch Theater voor Opera en Ballet, in de stad gewoon de opera genoemd, is een van de bekendste gebouwen van Jerevan. Alexander Tamanyan ontwierp het ronde gebouw en de eerste steen werd in 1930 gelegd. Op 20 januari 1933 ging het open met de opera Almast van Alexander Spendiaryan, naar wie het theater is genoemd. De grote zaal was in 1939 klaar, het hele gebouw pas in 1953.

Het theater heeft een eigen opera- en balletgezelschap. Het eerste ballet dat er werd opgevoerd was in 1935 Het Zwanenmeer van Tsjaikovski. Rond het gebouw liggen het Vrijheidsplein en een park met terrassen, met ernaast een vijver die ook het Zwanenmeer wordt genoemd. Vanaf de opera loopt de Noordelijke Laan richting het Republiekplein, en de Cascade ligt op een paar minuten lopen.

Kathedraal Sint-Gregorius de Verlichter

De kathedraal van Sint-Gregorius de Verlichter is de grootste kathedraal van de Armeense Apostolische Kerk. De bouw begon in 1997 naar een ontwerp van architect Stepan Kurkchyan. Op 23 september 2001 werd de kerk ingewijd, 1700 jaar nadat Armenië het christendom als staatsgodsdienst had aangenomen. De kerk is genoemd naar Gregorius de Verlichter, die koning Tiridates III tot het christendom bekeerde.

De hoofdkerk biedt plaats aan 1.700 mensen, en er zijn twee kleinere kapellen met elk 150 plaatsen. In het voorportaal liggen relieken van Gregorius de Verlichter die uit Napels naar Armenië zijn teruggebracht. Van buiten valt het gebouw op door de strakke, moderne vorm van de traditionele Armeense kerkbouw. De kathedraal ligt aan de rand van het centrum, naast metrostation Zoravar Andranik.

Ararat-cognacfabriek

Armeense brandy, in het land zelf meestal cognac genoemd, is een van de bekendste producten van Armenië. De grootste producent is de Yerevan Brandy Company, die teruggaat op de distilleerderij die koopman Nerses Tairyan in 1887 in Jerevan oprichtte. Sinds 1998 hoort het bedrijf bij het Franse concern Pernod Ricard. De brandy wordt verkocht onder de merknaam Ararat.

Het fabrieksgebouw staat op een helling boven de rivier de Hrazdan en is ’s avonds verlicht. In het Ararat-museum op het terrein leer je meer over de geschiedenis van de Armeense brandy, met oude apparatuur, archiefstukken en verzamelflessen. De rondleidingen gaan door een kelder waar de brandy in vaten rijpt en eindigen meestal met een proeverij. De fabriek ligt ten westen van het centrum.

Noordelijke Laan

De Noordelijke Laan is een brede voetgangerslaan in het centrum van Jerevan. Hij is ongeveer 450 meter lang en loopt van de Abovyanstraat naar het Vrijheidsplein bij de opera. Alexander Tamanyan had de laan al in 1924 in zijn stadsplan opgenomen, maar in de Sovjettijd kwam er niets van. Pas op 16 november 2007 werd hij geopend, naar een herzien ontwerp van architect Narek Sargsyan.

Langs de laan staan hoge gebouwen met woningen, kantoren, hotels, cafés en winkels van internationale merken. Onder de laan ligt de ondergrondse winkelgalerij Tashir Street met zo’n zeventig winkels. ’s Avonds is het er druk met wandelaars. De laan ligt midden in het centrum, op een paar minuten lopen van zowel de opera als het Republiekplein.

Garni en Geghard

De tempel van Garni ligt ongeveer 30 kilometer ten oosten van Jerevan, op de rand van een kloof. Volgens een Griekse inscriptie liet koning Tiridates I de tempel rond het jaar 77 bouwen. Bij een zware aardbeving op 4 juni 1679 stortte de zuilengang in. Tussen 1969 en 1975 is de tempel weer opgebouwd met de oorspronkelijke stenen. In de kloof onder de tempel liggen zeshoekige basaltzuilen, die ook wel het basaltorgel worden genoemd.

Verderop in de vallei ligt het klooster Geghard, dat deels in de rotsen is uitgehouwen. Volgens de overlevering stichtte Gregorius de Verlichter hier in de 4e eeuw een klooster bij een bron in een grot. De hoofdkerk dateert uit 1215 en verschillende kapellen zijn volledig uit de rots gehakt. De naam betekent speer en verwijst naar de speer waarmee Jezus aan het kruis zou zijn verwond. Sinds 2000 staat Geghard met de bovenste Azatvallei op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Etsjmiadzin en Zvartnots

Etsjmiadzin, officieel Vagharshapat, ligt ongeveer 18 kilometer ten westen van Jerevan en is het religieuze centrum van Armenië. Hier staat de kathedraal van Etsjmiadzin, de zetel van de katholikos, het hoofd van de Armeense Apostolische Kerk. Volgens de overlevering bouwde Gregorius de Verlichter de eerste kerk tussen 301 en 303; de kern van het huidige gebouw stamt volgens historici uit 483 of 484. Na een restauratie van het dak en de koepel, die in 2012 begon, werd de kathedraal op 29 september 2024 heropend.

In de stad staan ook de kerken van Sint-Hripsime en Sint-Gayane. Tussen Etsjmiadzin en Jerevan liggen de ruïnes van de kathedraal van Zvartnots, gebouwd tussen 643 en 652 in opdracht van katholikos Nerses III. De kerk stortte in de 10e eeuw in, waarschijnlijk door een aardbeving, en werd tussen 1901 en 1907 opgegraven. Sinds 2000 staan de kerken van Etsjmiadzin en de opgraving van Zvartnots samen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.