Georgië

Georgië ligt in de Kaukasus, tussen de Zwarte Zee in het westen en Azerbeidzjan in het oosten. In het noorden grenst het aan Rusland, in het zuiden aan Turkije en Armenië. Het land is ongeveer 69.700 vierkante kilometer groot en telde bij de volkstelling van 2024 ongeveer 3,7 miljoen inwoners. De hoofdstad is Tbilisi. Koning Mirian III maakte in 337 het christendom tot staatsgodsdienst. In 1991 werd Georgië onafhankelijk van de Sovjet-Unie. Abchazië en Zuid-Ossetië staan los van de rest van het land en worden door Rusland bezet. De officiële taal is het Georgisch, dat een eigen alfabet heeft, en je betaalt met de lari. De meeste bezoekers combineren Tbilisi met de oude hoofdstad Mtskheta, de wijnstreek Kachetië en de bergen van de Grote Kaukasus. Langs de Georgische Militaire Weg kom je bij de vesting Ananuri en bij Stepantsminda, waar de Gergeti-kerk op 2.170 meter hoogte onder de berg Kazbek staat. De hoogste berg van het land is de Shkhara van ruim 5.200 meter. Ten westen van Tbilisi ligt Gori, de geboortestad van Stalin, met in de buurt de grottenstad Uplistsikhe. Georgië heeft vier plekken op de Werelderfgoedlijst van UNESCO, waaronder de historische monumenten van Mtskheta en het hooggelegen Boven-Svaneti.



Alle steden van Georgië