Tbilisi, de hoofdstad van Georgië aan de Mtkvari

Tbilisi is de hoofdstad van Georgië en met ongeveer 1,4 miljoen inwoners veruit de grootste stad van het land. De stad ligt in een dal aan beide oevers van de Mtkvari, de rivier die buiten Georgië Koera heet. Volgens de legende stichtte koning Vachtang Gorgasali de stad in de 5e eeuw, nadat hij bij een warmwaterbron had gejaagd. De naam komt van het Georgische woord voor warm. In de 6e eeuw werd Tbilisi de hoofdstad in plaats van Mtskheta. De warme zwavelbronnen voeden nog altijd de badhuizen in de wijk Abanotubani.

Het oude centrum ligt aan de voet van de Narikala-vesting, met smalle straten en huizen met houten balkons. Vanaf de Vredesbrug loop je naar het Rike-park, vanwaar een kabelbaan naar de vesting gaat. Aan de overkant van de oude stad begint bij het Vrijheidsplein de Rustaveli-laan met musea, theaters en het oude parlement. Boven de stad liggen de Mtatsminda met een kabelspoorweg en uitzicht over Tbilisi, en de Sameba-kathedraal op een heuvel aan de linkeroever. Vanuit Tbilisi zijn Mtskheta, Ananuri en Sighnaghi goed te bezoeken als dagtocht.



Narikala

De Narikala-vesting ligt op een steile rotsrug boven de oude stad van Tbilisi, tussen de zwavelbaden en de botanische tuin. Volgens de overlevering liet Vachtang Gorgasali de vesting bouwen, maar de oudste geschreven bronnen dateren de bouw rond het jaar 364. In de 7e eeuw breidden de Arabieren de vesting flink uit, en koning David de Bouwer deed dat opnieuw rond 1100. De meeste muren die er nu staan zijn uit de 16e en 17e eeuw. De naam Narikala komt van de Mongoolse naam Narin Qala, kleine vesting.

Bij een aardbeving in 1827 raakte een deel van de vesting beschadigd; die delen zijn later afgebroken. Binnen de muren staat de kerk van Sint-Nicolaas, die in 1996 en 1997 is gebouwd op de plek van een kerk uit de 13e eeuw die door brand verloren ging. Vanaf de muren kijk je uit over de oude stad, de rivier en de Sameba-kathedraal. Je komt boven te voet vanuit de oude stad of met de kabelbaan vanuit het Rike-park. Over de bergrug loop je verder naar het beeld van Kartlis Deda.



Oude stad

De oude stad van Tbilisi ligt op de rechteroever van de Mtkvari, aan de voet van de Narikala-vesting. Bij de wijken Kala en Abanotubani volgen de straten nog grotendeels het middeleeuwse stratenplan. Veel huizen hebben houten balkons met gesneden leuningen en kleurige glazen ramen, die vaak uitkijken op een binnenplaats. In Abanotubani liggen de badhuizen met koepels boven de warme zwavelbronnen waaraan de stad haar naam dankt.

Door de oude stad loop je in een paar uur van de zwavelbaden langs kerken, een moskee en een synagoge naar de klokkentoren van Gabriadze en de Vredesbrug. Rond de straten Sjardeni en Leselidze zitten veel restaurants en cafés. Een deel van de oude huizen is opgeknapt, maar in de zijstraten staan ook nog veel vervallen panden. De straten zijn steil en vaak geplaveid, dus goede schoenen zijn handig.

Kartlis Deda

Kartlis Deda, Moeder Georgië, is het grote beeld op de heuvel Sololaki boven Tbilisi. Het werd in 1958 geplaatst, toen de stad haar 1500-jarig bestaan vierde. Beeldhouwer Elguja Amashukeli ontwierp het beeld, dat 20 meter hoog is. Het oorspronkelijke beeld was van hout; in 1963 werd het met aluminium bekleed en in 1997 werd het vervangen door een aluminium beeld.

In haar linkerhand houdt Kartlis Deda een schaal wijn voor wie als vriend komt, in haar rechterhand een zwaard voor wie als vijand komt. Daarmee staat ze voor de Georgische gastvrijheid en voor de bereidheid het land te verdedigen. Het beeld is vanuit veel plekken in de stad te zien. Je bereikt het over de bergrug vanaf de Narikala-vesting, waar het bovenstation van de kabelbaan ligt.

Metechi-kerk

De Metechi-kerk staat op een rots boven de Mtkvari, tegenover de oude stad. De huidige kerk werd rond 1278 tot 1284 gebouwd door koning Demetrius II. Onder het Russische bewind, vanaf 1801, verloor de kerk haar religieuze functie en werd ze als kazerne gebruikt; op het terrein zat tot 1938 een gevangenis. In de latere Sovjettijd diende de kerk als theater.

In 1988 werd Metechi weer een kerk, na een campagne van patriarch Ilia II. Volgens de overlevering is de heilige Sjoesjanik in deze omgeving begraven. Voor de kerk staat sinds 1961 het ruiterstandbeeld van Vachtang Gorgasali, de stichter van Tbilisi, gemaakt door Elguja Amashukeli. Vanaf het terras bij het beeld kijk je over de rivier naar de oude stad, de zwavelbaden en de Narikala-vesting.

Vredesbrug

De Vredesbrug is een voetgangersbrug over de Mtkvari tussen de oude stad en het Rike-park. De brug werd op 6 mei 2010 geopend en is ontworpen door de Italiaanse architect Michele De Lucchi. Ze is 150 meter lang en heeft een golvende overkapping van staal en glas.

In de overkapping zitten duizenden witte leds, ontworpen door de Franse lichtontwerper Philippe Martinaud. Na zonsondergang lichten ze in wisselende patronen op. Vanaf de brug zie je de Narikala-vesting, de Metechi-kerk en de oude stad. Aan de oostkant kom je direct in het Rike-park, aan de westkant in de straten van de oude stad.

Rike-park

Het Rike-park ligt op de linkeroever van de Mtkvari, tegenover de oude stad. Het park werd in 2010 aangelegd en is via de Vredesbrug met de oude stad verbonden. Er zijn wandelpaden langs de rivier, speelplaatsen, een fontein die op muziek spuit en een amfitheater voor voorstellingen. Opvallend zijn de twee grote buisvormige gebouwen aan de rand van het park.

Vanuit het park gaat sinds 2012 een kabelbaan omhoog naar de Narikala-vesting. De rit duurt een paar minuten en geeft uitzicht over de rivier en de oude stad. Het park grenst aan het Europaplein en is te voet bereikbaar vanaf metrostation Avlabari. ’s Avonds is het er druk, wanneer de fontein en de Vredesbrug verlicht zijn.

Sameba-kathedraal

De Sameba-kathedraal, de kathedraal van de Heilige Drie-eenheid, staat op de heuvel Elia in de wijk Avlabari, op de linkeroever van de Mtkvari. De eerste steen werd op 23 november 1995 gelegd en op 23 november 2004, de dag van Sint-Joris, wijdde patriarch Ilia II de kerk in. Het ontwerp is van architect Archil Mindiashvili, die er een internationale wedstrijd mee won.

De kathedraal is tot het kruis 86 meter hoog en is daarmee een van de hoogste orthodoxe kathedralen ter wereld. Het gebouw heeft een gouden koepel en staat op een groot plein met tuinen en een losse klokkentoren. Rond de kathedraal staan ook kleinere kapellen en gebouwen van de Georgische Kerk. Vanaf het plein zie je de oude stad en de Narikala-vesting aan de overkant van de rivier liggen.

Vrijheidsplein

Het Vrijheidsplein is het centrale plein van Tbilisi, tussen de oude stad en de Rustaveli-laan. Onder het Russische keizerrijk heette het Erivanplein, in de Sovjettijd achtereenvolgens Beriaplein en Leninplein. De naam Vrijheidsplein kreeg het voor het eerst in 1918. Het plein is in de loop der jaren vaak het decor geweest van demonstraties, onder meer tijdens de Rozenrevolutie.

In het midden staat het Vrijheidsmonument, een hoge zuil met een gouden beeld van Sint-Joris die de draak doodt. Het monument is gemaakt door Zurab Tsereteli en werd op 23 november 2006 onthuld. Aan het plein staan het stadhuis en enkele grote hotels. Vanaf het plein loop je zo de Rustaveli-laan op, of naar beneden de oude stad in. Onder het plein ligt metrostation Tavisuplebis Moedani.

Rustaveli-laan en oude parlement

De Rustaveli-laan is de belangrijkste laan van Tbilisi en loopt over ongeveer 1,5 kilometer vanaf het Vrijheidsplein naar het noordwesten. Sinds 1918 is de laan genoemd naar de middeleeuwse dichter Sjota Roestaveli. Langs de laan staan veel monumentale gebouwen: de opera uit 1896, het Roestaveli-theater uit 1887, het Nationaal Museum en de Kashveti-kerk uit 1910.

Het opvallendste gebouw is het oude parlement met zijn hoge bogen. Het werd gebouwd in twee fasen, van 1933 tot 1938 en van 1946 tot 1953. Op 9 april 1989 kwamen hier tienduizenden mensen bijeen om te demonstreren voor onafhankelijkheid; Sovjettroepen sloegen het protest bloedig neer. Op 9 april 1991 werd op dezelfde plek het herstel van de Georgische onafhankelijkheid uitgeroepen. Onder de laan liggen de metrostations Rustaveli en Tavisuplebis Moedani.

Vlooienmarkt bij de Droge Brug

Bij de Droge Brug, een brug over een vroegere arm van de Mtkvari, wordt al tientallen jaren een vlooienmarkt gehouden. Wat begon als een plek waar inwoners hun oude spullen verkochten, is uitgegroeid tot een van de bekendste markten van Tbilisi. Op de brug en de stoepen eromheen liggen spullen uit de Sovjettijd: medailles, insignes, oude camera’s, radio’s, munten en serviesgoed.

In het park naast de brug verkopen kunstenaars schilderijen, en er zijn ook sieraden, sjaals en handgemaakte spullen te koop. Er wordt alleen contant betaald, en afdingen is gebruikelijk. De markt ligt op loopafstand van het Rike-park en het Vrijheidsplein.

Klokkentoren van Gabriadze

De scheve klokkentoren in de oude stad hoort bij het marionettentheater van Rezo Gabriadze, kunstenaar, schrijver en regisseur. Het theater werd in 1981 opgericht en ligt aan de Sjavtelistraat. Gabriadze bouwde de klokkentoren in 2010 naast het theater. De toren staat zichtbaar scheef.

Elk uur komt er een engeltje naar buiten dat met een hamertje op de bel slaat. Twee keer per dag is er in de toren een korte voorstelling met marionetten, De cirkel van het leven. De klokkentoren ligt vlak bij de Anchiskhati-kerk, een van de oudste kerken van Tbilisi, en op een paar minuten lopen van de Vredesbrug.

Mtatsminda en kabelspoorweg

De Mtatsminda is de berg die aan de westkant boven het centrum van Tbilisi uitsteekt. De naam betekent heilige berg. Op de helling staat de kerk van Sint-David, met daaromheen het Pantheon van Mtatsminda, sinds 1929 de begraafplaats van bekende Georgische schrijvers, kunstenaars en wetenschappers. Op de top staat de televisietoren uit 1972, met de antenne 274,5 meter hoog, die ’s avonds verlicht is.

Je komt boven met de kabelspoorweg, die in 1905 werd geopend. Na een ongeluk in 2000 lag de lijn stil, en sinds 2012 rijdt hij weer. Het traject is ongeveer 500 meter lang en de rit duurt een paar minuten, met halverwege een halte bij het Pantheon. Op de top ligt het pretpark Mtatsminda met een reuzenrad, en vanaf het plateau kijk je over de hele stad.

Kroniek van Georgië

De Kroniek van Georgië is een monument op een heuvel aan de noordkant van de Zee van Tbilisi, een stuwmeer aan de rand van de stad. Beeldhouwer Zurab Tsereteli begon er in 1985 aan, en het monument is nooit helemaal afgemaakt. Het bestaat uit zestien pilaren van ongeveer 30 tot 35 meter hoog.

Op het bovenste deel van de pilaren staan Georgische koningen, koninginnen en helden afgebeeld; op het onderste deel taferelen uit het leven van Christus. Vanaf het monument kijk je uit over het stuwmeer en de stad. Het ligt een eind buiten het centrum, dus je komt er het makkelijkst met een taxi. Een lange trap leidt vanaf de parkeerplaats naar de pilaren.

Nationaal Museum

Het Nationaal Museum van Georgië aan de Rustaveli-laan heet officieel het Simon Janashia Museum. Het gaat terug op het Kaukasisch Museum uit 1852. Het museum ligt in een monumentaal gebouw dat tussen 1913 en 1917 voor het Kaukasisch Museum werd gebouwd. Sinds 2004 hoort het bij het netwerk van het Georgisch Nationaal Museum, waarin ook andere musea in Tbilisi en de regio’s zijn ondergebracht.

Een van de belangrijkste stukken zijn de schedels van vroege mensen uit Dmanisi, ongeveer 1,8 miljoen jaar oud. Daarnaast is er een schatkamer met gouden sieraden en voorwerpen uit de oudheid, en een zaal over de Sovjetbezetting van Georgië. Het museum organiseert daarnaast wisselende tentoonstellingen. Het ligt op loopafstand van het Vrijheidsplein.

Mtskheta

Mtskheta ligt ongeveer 20 kilometer ten noorden van Tbilisi, waar de rivieren Mtkvari en Aragvi samenkomen. Van de 3e eeuw voor Christus tot ongeveer de 5e eeuw was het de hoofdstad van het oude koninkrijk Iberië. Ook nadat de hoofdstad in de 6e eeuw naar Tbilisi verhuisde, bleef Mtskheta de plek waar de meeste Georgische koningen werden gekroond en begraven. Sinds 1994 staan de historische monumenten van Mtskheta op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Midden in de stad staat de Svetitskhoveli-kathedraal, gebouwd tussen 1010 en 1029 door architect Arsukidze, op een plek waar al in de 4e eeuw een kerk stond. Volgens de overlevering ligt hier het kleed van Christus begraven. Na de Sameba-kathedraal in Tbilisi is het de grootste kerk van Georgië. In de stad ligt ook het klooster Samtavro, en op een heuvel aan de overkant van de rivier staat het klooster Jvari uit de 6e eeuw.

Ananuri

Ananuri ligt ongeveer 70 kilometer ten noorden van Tbilisi aan de rivier de Aragvi, langs de Georgische Militaire Weg naar Kazbegi. Het complex was de zetel van de eristavi’s, de hertogen van Aragvi, die het gebied vanaf de 13e eeuw bestuurden. In 1739 werd het door rivalen aangevallen en in brand gestoken.

Het complex bestaat uit twee vestingen die door een muur met kantelen zijn verbonden. De bovenste, met een grote vierkante toren, is goed bewaard gebleven; van de onderste met de ronde toren is weinig over. Binnen de muren staan twee kerken. De oudere Mariakerk van baksteen uit de eerste helft van de 17e eeuw heeft graven van de hertogen. De grotere kerk van de Moeder Gods uit 1689 heeft rijk versierde gevels. Ananuri staat sinds 2007 op de voorlopige lijst van UNESCO en kijkt uit over het stuwmeer van Zjinvali.

Sighnaghi

Sighnaghi ligt in de wijnstreek Kachetië, ongeveer 113 kilometer ten zuidoosten van Tbilisi. Het stadje met ongeveer 4.200 inwoners ligt op een steile heuvel op zo’n 790 meter hoogte, met uitzicht over de Alazani-vallei en bij helder weer op de bergen van de Grote Kaukasus. Koning Herakleios II liet hier in 1762 een vesting bouwen; van de stadsmuur met torens en poorten is nog een groot deel over.

In het centrum staan huizen met houten balkons en rode daken, en langs de straten verkopen handelaren tapijten, sjaals en wijn uit de streek. Sighnaghi staat bekend als de stad van de liefde, omdat veel paren er komen trouwen. Ongeveer 2 kilometer buiten het stadje ligt het klooster Bodbe, een bedevaartsoord dat verbonden is met de heilige Nino. Sighnaghi is te combineren met een bezoek aan een van de wijnhuizen in de omgeving.