Bij de Droge Brug, een brug over een vroegere arm van de Mtkvari, wordt al tientallen jaren een vlooienmarkt gehouden. Wat begon als een plek waar inwoners hun oude spullen verkochten, is uitgegroeid tot een van de bekendste markten van Tbilisi. Op de brug en de stoepen eromheen liggen spullen uit de Sovjettijd: medailles, insignes, oude camera’s, radio’s, munten en serviesgoed.
In het park naast de brug verkopen kunstenaars schilderijen, en er zijn ook sieraden, sjaals en handgemaakte spullen te koop. Er wordt alleen contant betaald, en afdingen is gebruikelijk. De markt ligt op loopafstand van het Rike-park en het Vrijheidsplein.

De scheve klokkentoren in de oude stad hoort bij het marionettentheater van Rezo Gabriadze, kunstenaar, schrijver en regisseur. Het theater werd in 1981 opgericht en ligt aan de Sjavtelistraat. Gabriadze bouwde de klokkentoren in 2010 naast het theater. De toren staat zichtbaar scheef.
Elk uur komt er een engeltje naar buiten dat met een hamertje op de bel slaat. Twee keer per dag is er in de toren een korte voorstelling met marionetten, De cirkel van het leven. De klokkentoren ligt vlak bij de Anchiskhati-kerk, een van de oudste kerken van Tbilisi, en op een paar minuten lopen van de Vredesbrug.

De Mtatsminda is de berg die aan de westkant boven het centrum van Tbilisi uitsteekt. De naam betekent heilige berg. Op de helling staat de kerk van Sint-David, met daaromheen het Pantheon van Mtatsminda, sinds 1929 de begraafplaats van bekende Georgische schrijvers, kunstenaars en wetenschappers. Op de top staat de televisietoren uit 1972, met de antenne 274,5 meter hoog, die ’s avonds verlicht is.
Je komt boven met de kabelspoorweg, die in 1905 werd geopend. Na een ongeluk in 2000 lag de lijn stil, en sinds 2012 rijdt hij weer. Het traject is ongeveer 500 meter lang en de rit duurt een paar minuten, met halverwege een halte bij het Pantheon. Op de top ligt het pretpark Mtatsminda met een reuzenrad, en vanaf het plateau kijk je over de hele stad.

De Kroniek van Georgië is een monument op een heuvel aan de noordkant van de Zee van Tbilisi, een stuwmeer aan de rand van de stad. Beeldhouwer Zurab Tsereteli begon er in 1985 aan, en het monument is nooit helemaal afgemaakt. Het bestaat uit zestien pilaren van ongeveer 30 tot 35 meter hoog.
Op het bovenste deel van de pilaren staan Georgische koningen, koninginnen en helden afgebeeld; op het onderste deel taferelen uit het leven van Christus. Vanaf het monument kijk je uit over het stuwmeer en de stad. Het ligt een eind buiten het centrum, dus je komt er het makkelijkst met een taxi. Een lange trap leidt vanaf de parkeerplaats naar de pilaren.

Het Nationaal Museum van Georgië aan de Rustaveli-laan heet officieel het Simon Janashia Museum. Het gaat terug op het Kaukasisch Museum uit 1852. Het museum ligt in een monumentaal gebouw dat tussen 1913 en 1917 voor het Kaukasisch Museum werd gebouwd. Sinds 2004 hoort het bij het netwerk van het Georgisch Nationaal Museum, waarin ook andere musea in Tbilisi en de regio’s zijn ondergebracht.
Een van de belangrijkste stukken zijn de schedels van vroege mensen uit Dmanisi, ongeveer 1,8 miljoen jaar oud. Daarnaast is er een schatkamer met gouden sieraden en voorwerpen uit de oudheid, en een zaal over de Sovjetbezetting van Georgië. Het museum organiseert daarnaast wisselende tentoonstellingen. Het ligt op loopafstand van het Vrijheidsplein.

Mtskheta ligt ongeveer 20 kilometer ten noorden van Tbilisi, waar de rivieren Mtkvari en Aragvi samenkomen. Van de 3e eeuw voor Christus tot ongeveer de 5e eeuw was het de hoofdstad van het oude koninkrijk Iberië. Ook nadat de hoofdstad in de 6e eeuw naar Tbilisi verhuisde, bleef Mtskheta de plek waar de meeste Georgische koningen werden gekroond en begraven. Sinds 1994 staan de historische monumenten van Mtskheta op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Midden in de stad staat de Svetitskhoveli-kathedraal, gebouwd tussen 1010 en 1029 door architect Arsukidze, op een plek waar al in de 4e eeuw een kerk stond. Volgens de overlevering ligt hier het kleed van Christus begraven. Na de Sameba-kathedraal in Tbilisi is het de grootste kerk van Georgië. In de stad ligt ook het klooster Samtavro, en op een heuvel aan de overkant van de rivier staat het klooster Jvari uit de 6e eeuw.

Ananuri ligt ongeveer 70 kilometer ten noorden van Tbilisi aan de rivier de Aragvi, langs de Georgische Militaire Weg naar Kazbegi. Het complex was de zetel van de eristavi’s, de hertogen van Aragvi, die het gebied vanaf de 13e eeuw bestuurden. In 1739 werd het door rivalen aangevallen en in brand gestoken.
Het complex bestaat uit twee vestingen die door een muur met kantelen zijn verbonden. De bovenste, met een grote vierkante toren, is goed bewaard gebleven; van de onderste met de ronde toren is weinig over. Binnen de muren staan twee kerken. De oudere Mariakerk van baksteen uit de eerste helft van de 17e eeuw heeft graven van de hertogen. De grotere kerk van de Moeder Gods uit 1689 heeft rijk versierde gevels. Ananuri staat sinds 2007 op de voorlopige lijst van UNESCO en kijkt uit over het stuwmeer van Zjinvali.

Sighnaghi ligt in de wijnstreek Kachetië, ongeveer 113 kilometer ten zuidoosten van Tbilisi. Het stadje met ongeveer 4.200 inwoners ligt op een steile heuvel op zo’n 790 meter hoogte, met uitzicht over de Alazani-vallei en bij helder weer op de bergen van de Grote Kaukasus. Koning Herakleios II liet hier in 1762 een vesting bouwen; van de stadsmuur met torens en poorten is nog een groot deel over.
In het centrum staan huizen met houten balkons en rode daken, en langs de straten verkopen handelaren tapijten, sjaals en wijn uit de streek. Sighnaghi staat bekend als de stad van de liefde, omdat veel paren er komen trouwen. Ongeveer 2 kilometer buiten het stadje ligt het klooster Bodbe, een bedevaartsoord dat verbonden is met de heilige Nino. Sighnaghi is te combineren met een bezoek aan een van de wijnhuizen in de omgeving.
