De meest interessante bezienswaardigheden van Paramaribo vind je in een handig overzicht met alle Paramaribo hoogtepunten:
de top 10 bezienswaardigheden van Paramaribo
Paramaribo heeft hotels voor ieder budget. Het bekendste is het Torarica, een groot hotelcomplex aan de Surinamerivier, vlak bij het centrum, dat uit drie delen bestaat. Wie liever kleinschalig en rustig verblijft, kan terecht in het Greenheart Boutique Hotel.
De meeste hotels liggen in of rond de historische binnenstad, zodat je de bezienswaardigheden te voet kunt bereiken. Wie een auto huurt, kan ook buiten het centrum overnachten, bijvoorbeeld in een resort langs de rivier. In de drukke periodes rond de zomer- en kerstvakantie, als veel Nederlanders naar Suriname reizen, is het verstandig om op tijd te boeken. De beste hoteldeals in Paramaribo vind je op Trivago.nl.

De houten huizen zijn een van de meest karakteristieke onderdelen van de historische binnenstad van Paramaribo, en een belangrijke reden dat de binnenstad sinds 2002 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. Veel huizen staan op een onderbouw van rode baksteen. Die stenen werden vroeger als ballast met schepen uit Europa meegenomen.
Een groot deel van de oudere bebouwing ging verloren bij de grote stadsbranden van 1821 en 1832, zodat de meeste huizen in de binnenstad van na die tijd zijn. Een deel is de afgelopen jaren gerestaureerd, terwijl andere er nog slecht aan toe zijn. Mooie voorbeelden vind je in de Henck Arronstraat, de Lim A Postraat en aan de Waterkant.

De Centrumkerk van Paramaribo is te vinden aan de Grote Kerkstraat en het Kerkplein. De eerste kerk op deze plek was een achthoekige koepelkerk uit 1814. In 1821 brandde die af. Tussen 1833 en 1835 werd een nieuwe, eenvoudigere achthoekige kerk gebouwd. De koepel kwam niet terug, maar de achthoekige vorm bleef. De vloer van de kerk bestaat voor een deel uit marmeren grafstenen uit de achttiende eeuw. Op de stenen staan vooral Nederlandse namen. De binnenzijde van de kerk is simpel en sober zoals we van een hervormde kerk gewend zijn. Het opvallendste onderdeel is het orgel uit 1846 van de Deventer orgelbouwer Naber, betaald door koning Willem II. Bij de onafhankelijkheid in 1975 deed de kerk dienst als parlementsgebouw.

Het Onafhankelijkheidsplein ligt in het hart van de historische binnenstad van Paramaribo, vlak bij de Surinamerivier. Voor de onafhankelijkheid in 1975 heette het onder meer Gouvernementsplein en Oranjeplein. Het plein zelf is een groot grasveld met verschillende monumenten. Het bekendste is het standbeeld van Johan Adolf Pengel, een Surinaamse politicus. Bijzonder is dat ook zijn politieke tegenstander Jagernath Lachmon een standbeeld op het plein heeft.
Rond het plein staan historische stenen gebouwen die door de overheid worden gebruikt, zoals het Presidentieel Paleis, het voormalige Gouvernementshuis uit de 18e eeuw, en het ministerie van Financiën. Op Onafhankelijkheidsdag wordt hier het defilé afgenomen, en ook bij andere feestdagen en evenementen wordt het plein gebruikt. De bekende vogeltjesmarkt, een zangwedstrijd voor vogels, werd tot de jaren 2010 op het plein gehouden en is inmiddels naar andere plekken in de stad verhuisd.

De Palmentuin is een stadspark in het centrum van Paramaribo, achter het Presidentieel Paleis. Gouverneur Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck liet hier aan het eind van de 17e eeuw koningspalmen planten en stelde de tuin in 1685 open voor het publiek. Na een grondige renovatie, mede betaald door UNESCO, werd de tuin in 2011 heropend. Er staan enkele beelden en er is een speeltuin.
Tijdens feestdagen en evenementen staan er kraampjes met eten en drinken, en rijden verkopers rond met koude Fernandes-frisdrank en schaafijs. Aan de rand van de Palmentuin ligt de promenade Wakapasi, met kraampjes, ambachtelijke producten en horeca.

De Jules Wijdenboschbrug ligt net buiten het historische centrum van Paramaribo en verbindt de stad met Meerzorg in het district Commewijne. De brug werd op 15 april 2000 opgeleverd en op 20 mei 2000 officieel geopend, zes dagen voor de parlementsverkiezingen. Hij is genoemd naar de toenmalige president Jules Wijdenbosch. Het doel was de ontwikkeling van het oostelijke deel van Suriname te bevorderen; daarvoor was dat gebied alleen per veerboot bereikbaar.
De brug, gebouwd door Ballast Nedam, was omstreden vanwege de hoge kosten en werd door velen gezien als verkiezingsstunt. Toch wordt er veel gebruik van gemaakt. Voetgangers mogen niet over de brug en steken over met kleine bootjes. Wel is er elk jaar, meestal op de eerste zondag van het jaar, de Bigi Broki Waka: een wandeltocht en hardloopwedstrijd over de brug.

In de Surinamerivier bij Paramaribo ligt het wrak van de Goslar, een Duits vrachtschip uit 1929. Toen Duitsland op 10 mei 1940 Nederland binnenviel, kregen de Nederlandse koloniën opdracht alle Duitsers te interneren. Toen de Nederlanders de bemanning wilden aanhouden, liet die het schip zinken. Bij een poging om het wrak na de oorlog te bergen en als schroot te verkopen, brak de romp in tweeën.
Het wrak is nooit geborgen en ligt op een zandbank midden in de rivier, ruim een kilometer ten noorden van de Jules Wijdenboschbrug. Je ziet het goed vanaf de stad en vanaf de brug. Het roestende schip is een stille getuige van de Tweede Wereldoorlog in Suriname.
