Beja: een onbekende historische parel in Portugal

Beja is voor veel toeristen een onbekende bestemming in Portugal. Om eerlijk te zijn hadden we er ook nog nooit van gehoord, tot we het op een verkeersbord zagen verschijnen op weg van de Algarve naar Lissabon. Nieuwsgierig als we zijn, namen we een omweg en brachten een bliksembezoek aan deze historische Portugese stad. Even googelen leerde ons dat het een oude stad is die al bestond voor de tijd van de Romeinen en dat hij door de eeuwen heen een belangrijke rol heeft gespeeld. In de Romeinse periode stond Beja bekend als Pax Julia; een Romeinse boog naast het kasteel van Beja, de Porta de Évora, herinnert nog aan deze tijd. Beja heeft een compact, maar gezellig centrum met veel terrassen, kerken en een paar kleine musea. Het absolute hoogtepunt van een bezoek aan Beja is het kasteel van Beja en de bijbehorende toren. Vanaf deze toren heb je een prachtig uitzicht over de stad en over het omliggende landschap.
Het deel van Portugal waar Beja te vinden is staat bekend als de Planície Dourada, de Gouden Laagvlakte van Portugal. In de omgeving van Beja zijn veel wijngaarden, kurkbomen en olijfgaarden te vinden. De ligging van Beja tussen twee van de drukstbezochte regio’s van Portugal maakt het tot een leuke tussenstop.



Castelo de Beja

Het Castelo de Beja met de Torre de Menagem zijn de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad. De toren van het kasteel steekt ver uit boven de andere gebouwen in de stad en het kasteel is een levendige herinnering aan het bijzondere verleden van Beja. De oudste delen van de muren gaan terug op de Romeinse tijd. Koning Afonso III liet het kasteel vanaf 1253 herbouwen en koning Dinis liet in 1310 de grote toren bouwen. Centraal op het terrein van het kasteel staat de Casa do Governador, het voormalige gouverneurshuis. Vanaf de muren van het kasteel heb je tussen de kantelen door een prachtig uitzicht over de stad en het landschap eromheen. Op de muren staan meerdere torens, waarvan de Torre de Menagem verreweg de grootste is. In het begin van de zestiende eeuw liet koning Manuel I de vesting verbeteren. De in deze periode zo populaire Manuelstijl is nog op verschillende plaatsen terug te zien. Toen we het kasteel in januari bezochten konden we zonder entree te betalen het kasteel en de toren bezoeken.



Historisch centrum van Beja

Beja heeft een klein, maar gezellig centrum dat grofweg in twee stukken verdeeld kan worden. Als eerste een deel met wat bredere winkelstraten en een kleiner historisch deel dat zich concentreert rondom het Praça da República. Veel van de historische huizen zijn in de loop van de tijd wat vervallen geraakt, maar toen we Beja bezochten werd er hard gewerkt om dit deel weer in zijn oude glorie te herstellen. De huizen in de smalle straatjes rondom het plein zijn rijkelijk versierd met uitbundig gekleurde tegeltjes, wat Beja zijn karakteristieke uitstraling geeft. De meeste bezienswaardigheden zijn in en rondom dit deel van Beja te vinden.

Regionaal museum van Beja

Het regionaal museum van Beja, ook wel bekend onder de naam het Museu Regional Rainha D. Leonor is gevestigd in een voormalig klooster en in een kerk. Het belangrijkste deel van deze collectie is te zien in het Convento de Nossa Senhora da Conceição. Dit historische klooster is een van de mooiste voorbeelden van de Manuelstijl in Beja, een stijl die in de hoogtijdagen van Portugal populair was in het hele land. Toen we Beja bezochten – op een zondag – was het museum helaas gesloten. Later leerden we dat in het museum vooral archeologische vondsten, historische juwelen en schilderijen te zien zijn.

Torre de Menagem

De veertig meter hoge toren van het Castelo de Beja, die koning Dinis in 1310 liet bouwen, is lang een van de hoogste torens in Portugal geweest. De entree van de toren is te vinden ter hoogte van de stadsmuren. Een smalle wenteltrap neemt je mee langs drie verdiepingen, die hun uiterlijk te danken hebben aan een verbouwing uit de zestiende eeuw. Op verschillende plaatsen in deze ruimtes is de voor Portugal zo typische manuelstijl terug te vinden. Het mooiste voorbeeld hiervan is te zien op de hoogste verdieping aan het gewelvenplafond. Op deze verdieping is ook het balkon dat helemaal rondom de toren loopt. Vanaf dit balkon heb je het mooiste uitzicht over de stad. Je kunt ook nog naar het dak, maar omdat je hier wat verder van de rand moet blijven is het uitzicht net wat minder spectaculair. Om de top van de toren te bereiken, moet je in totaal 183 traptreden overwinnen.

Gouverneurshuis

Centraal op het middenterrein van het kasteel van Beja staat een groot geel geschilderd huis. Dit is oorspronkelijk gebouwd als het gouverneurshuis van Beja, maar er was al veel eerder een gebouw op deze plaats te vinden. Hoogstwaarschijnlijk stond er al in de vijftiende eeuw een paleis, dat gebouwd was om de toenmalige koning van Portugal te ontvangen. Toen we het kasteel en het gouverneurshuis bezochten was op de tweede verdieping het Jorge Vieira Museum gevestigd. Dit zou tijdelijk op deze plaats zijn voor dit museum. Op de begane grond van het huis is het bureau voor toerisme van Beja gevestigd en er zijn openbare sanitaire voorzieningen te vinden.

Igreja da Misericórdia

De Igreja da Misericórdia of de kerk van de Barmhartigheid is een zestiende-eeuwse kerk aan het Praça da República. Deze prachtige kerk heeft een bijzonder groot voorportaal dat bestaat uit verschillende arcaden in de Manuelstijl. Dit voorportaal heeft veel weg van een Italiaanse Loggia zoals je ze in Florence en andere Italiaanse steden ziet. We bezochten Beja in de kerstperiode, toen was er onder deze bogen een levensgrote kerststal te vinden.

Het renaissancegebouw was oorspronkelijk bedoeld als overdekte markthal. Infante Luís, een zoon van koning Manuel I, liet het in de zestiende eeuw ombouwen tot kerk voor de broederschap van de Misericórdia. Het portaal heeft drie bogen aan de voorkant en twee aan de zijkanten; binnen heeft de kerk drie beuken met ribgewelven.

Kathedraal van Beja

De kathedraal van Beja, gewijd aan Santiago Maior, is te vinden vlak bij het kasteel. De huidige kerk werd aan het eind van de zestiende eeuw gebouwd in maniëristische stijl, naar een ontwerp van Jorge Rodrigues, in opdracht van de aartsbisschop van Évora, Teotónio de Bragança. In 1590 werd de kerk ingewijd. Pas in 1946 kreeg ze de status van kathedraal. De binnenzijde van de kathedraal bestaat voornamelijk uit verguld houtsnijwerk en fresco’s. Door de eeuwen heen zijn er verschillende bouwstijlen aan de kathedraal toegevoegd, we herkennen onder andere barokke elementen. Na de aardbeving van 1755 is de kerk hersteld.