Meknes: de onbekende koningsstad

Meknes is een grote stad in het noorden van Marokko, ongeveer zestig kilometer ten westen van Fez. Het is een van de vier koningssteden van het land, naast Fez, Marrakech en Rabat. Meknes is van de vier de minst bekende, maar heeft veel bezienswaardigheden. De stad beleefde haar bloeitijd onder sultan Moulay Ismaïl, die er vanaf 1672 zijn hoofdstad van maakte en er paleizen, moskeeën, graanschuren en kilometers stadsmuren liet bouwen. De historische stad staat sinds 1996 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Meknes bestaat grofweg uit drie delen: de medina, de koninklijke stad van Moulay Ismaïl en de Ville Nouvelle, die door de Fransen werd aangelegd aan de andere kant van het dal van de rivier de Boufekrane. De stadsmuren zijn samen ongeveer veertig kilometer lang. Vanaf het plein El Hedim loop je door de poort Bab Mansour naar de koninklijke stad. Op korte afstand liggen de Romeinse ruïnes van Volubilis. Meer reisverhalen over de stad lees je op Jeroen op vakantie.



Bab Mansour Laleuj

Bab Mansour is de bekendste stadspoort van Meknes en geldt als een van de mooiste poorten van Marokko. De poort geeft vanaf het plein El Hedim toegang tot de koninklijke stad van sultan Moulay Ismaïl. De bouw begon onder Moulay Ismaïl en werd in 1732 voltooid onder zijn zoon Moulay Abdallah. De volledige naam, Bab Mansour el-Aleuj, betekent poort van Mansour de bekeerling, naar de architect, een tot de islam bekeerde christen.

De poort is rijk versierd met groene en zwarte tegels, mozaïeken, geometrische patronen en een Arabische inscriptie over de gehele breedte. De marmeren zuilen naast de toegang zouden afkomstig zijn uit de Romeinse stad Volubilis. Aan weerszijden van de grote boog staan twee bastions. Achter de poort ligt het plein Lalla Aouda, met verderop het mausoleum van Moulay Ismaïl en de koninklijke graanschuren. De poort is vooral fotogeniek aan het eind van de middag en ’s avonds, als hij wordt verlicht.



Volubilis

Volubilis is de bekendste Romeinse ruïnestad van Marokko. De stad ligt ongeveer dertig kilometer ten noorden van Meknes, aan de voet van het Zerhoungebergte. Er woonden al in de derde eeuw voor Christus mensen; het was een belangrijke stad van het koninkrijk Mauretanië. Na de inlijving bij het Romeinse Rijk rond het jaar 40 werd Volubilis een welvarende provinciestad, die rijk werd van de handel in graan en olijfolie.

Uit die tijd stammen de basiliek, het capitool, de triomfboog van keizer Caracalla uit 217 en de rijke villa’s met goed bewaarde vloermozaïeken. Na het vertrek van de Romeinen bleef de stad bewoond. In 788 werd Idris I hier tot leider uitgeroepen, de stichter van de eerste Marokkaanse dynastie. Later raakte Volubilis verlaten. In de achttiende eeuw werd steen uit de stad gebruikt voor de bouwwerken van Moulay Ismaïl in Meknes, en de aardbeving van 1755 richtte nog meer schade aan. Sinds 1997 staat Volubilis op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Lees ook het verslag op Jeroen op vakantie.

Medina van Meknes

De medina van Meknes is kleiner en rustiger dan die van Fez of Marrakech, wat het voor veel bezoekers een prettige plek maakt om rond te lopen. De medina staat samen met de koninklijke stad sinds 1996 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De belangrijkste ingang ligt aan het plein El Hedim, tegenover Bab Mansour.

Vanaf het plein loop je de overdekte souks in, waar textiel, leer, kruiden, aardewerk en metaalwerk worden verkocht. Een ambacht dat typisch is voor Meknes is damasceren, waarbij zilverdraad in ijzer wordt ingelegd. In het hart van de medina liggen de Grote Moskee en de Medersa Bou Inania uit de veertiende eeuw, die je als niet-moslim wel mag bezoeken; vanaf het dak heb je een mooi uitzicht over de groene daken van de moskee. Buiten de winkelstraten liggen rustige woonstraatjes. Wie met de auto komt, kan parkeren op de bewaakte parkeerplaatsen net buiten de medina.

Lahdim plein

Het plein El Hedim, ook Lahdim geschreven, is het belangrijkste plein van Meknes. Het ligt tussen de medina en de poort Bab Mansour, die toegang geeft tot de koninklijke stad. Sultan Moulay Ismaïl liet het plein aan het eind van de zeventiende eeuw aanleggen; de naam betekent plein van de puinhopen, omdat er eerst huizen werden afgebroken.

Het plein doet denken aan het Djemaa el Fna in Marrakech, maar is kleiner en rustiger. Er zijn verhalenvertellers, muzikanten, slangenbezweerders en hennaschilders, vooral aan het eind van de middag en in de avond. Aan de rand van het plein liggen cafés en restaurants met terrassen, vanwaar je uitkijkt op Bab Mansour. Aan de zijkant van het plein ligt een overdekte markt waar fruit, groente, olijven, vlees en zoetigheden worden verkocht. Ook het Dar Jamaï, het nationale muziekmuseum, ligt aan het plein. Vanaf El Hedim loop je de medina in naar de souks en de Grote Moskee.

Dar Jamai museum

Het Dar Jamaï in Meknes is een negentiende-eeuws paleis aan het plein El Hedim. Het werd gebouwd onder sultan Moulay Hassan I voor de invloedrijke familie Jamaï, die hoge functies aan het hof bekleedde. Het paleis heeft een binnentuin met fonteinen en rijk versierde zalen met houtsnijwerk, stucwerk en beschilderde plafonds. Al ruim honderd jaar is het een museum.

Na een restauratie werd het Dar Jamaï in maart 2022 heropend als het nationale muziekmuseum van Marokko. De collectie bestaat uit muziekinstrumenten uit verschillende Marokkaanse tradities, zoals Andalusische muziek, soefimuziek, melhoun en gharnati, en laat zien hoe muziek in het dagelijks leven en bij feesten wordt gebruikt. Daarnaast is het gebouw zelf een mooi voorbeeld van de Marokkaanse woonarchitectuur, met de vertrekken van de familie rond de binnenplaats. Het museum ligt aan de rand van de medina, dus een bezoek is goed te combineren met een wandeling over het plein en door de souks.

Mausoleum van Moulay Ismail

Het mausoleum van Moulay Ismaïl is een van de bekendste bezienswaardigheden van Meknes. Sultan Moulay Ismaïl regeerde van 1672 tot 1727 en maakte van Meknes zijn hoofdstad. Hij ligt hier begraven, samen met onder meer een van zijn vrouwen, een zoon en de latere sultan Moulay Abderrahman. Het mausoleum ligt in de koninklijke stad, achter Bab Mansour.

Je komt binnen via een reeks binnenplaatsen met fonteinen en zuilengangen, rijk versierd met tegels, stucwerk en houtsnijwerk. Het mausoleum is een van de weinige religieuze gebouwen in Marokko die ook niet-moslims mogen bezoeken. De grafkamer zelf is voor hen niet toegankelijk, maar vanuit de aangrenzende ruimte kun je er goed naar binnen kijken. Draag bedekkende kleding en houd er rekening mee dat het mausoleum tijdens het gebed gesloten kan zijn.

Stadsmuren van Meknes

De stadsmuren van Meknes horen bij de indrukwekkendste van Marokko. Sultan Moulay Ismaïl liet ze aan het eind van de zeventiende eeuw aanleggen rond de medina en zijn koninklijke stad. Samen zijn de muren ongeveer veertig kilometer lang. Ze zijn gemaakt van stampleem en werden versterkt met torens en bastions. Op sommige plekken lopen meerdere muren parallel aan elkaar, met daartussen lange, smalle gangen.

Het pronkstuk is de poort Bab Mansour aan het plein El Hedim, maar er zijn meer mooie poorten, zoals Bab el-Khemis en Bab Berdaine. Wie wat meer tijd heeft, kan buiten de medina langs de muren wandelen of een rondrit maken met een koets of taxi. Zo kom je langs de koninklijke graanschuren Heri es-Souani, het waterbassin Agdal en de golfbaan die binnen de muren van het koninklijke paleis is aangelegd. Het grootste deel van de muren is in goede staat; enkele delen worden of zijn gerestaureerd.