De Madrassa Bou Inania is een van de weinige religieuze gebouwen in Marokko die ook niet-moslims mogen bezoeken. De koranschool werd tussen 1350 en 1355 gebouwd in opdracht van de Merinidische sultan Abu Inan Faris. Het is de grootste madrassa van Fez en de enige met een eigen minaret; hij deed ook dienst als moskee voor het vrijdaggebed.
De madrassa ligt aan de Talaa Kebira, de hoofdstraat van de medina, niet ver van Bab Bou Jeloud. Na het betalen van een kleine entree sta je op een binnenplaats van marmer en onyx, met een fontein in het midden. De wanden zijn versierd met tegels, stucwerk met kalligrafie en houtsnijwerk van cederhout van zeer hoog niveau. De gebedsruimte is alleen voor moslims toegankelijk. Tegenover de ingang hangt een bijzondere waterklok uit de veertiende eeuw. Het is een populaire bezienswaardigheid, dus vroeg in de ochtend is het er het rustigst.

De medina van Fez, Fès el-Bali, is de oudste en een van de grootste medina’s van Marokko. Ze werd gesticht aan het eind van de achtste eeuw en staat sinds 1981 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is een van de grootste autovrije stedelijke gebieden ter wereld: goederen worden er nog met ezels, muilezels en handkarren vervoerd. Voor veel inwoners is de medina de plek waar ze wonen, werken en boodschappen doen.
De medina is van oudsher ingedeeld in wijken per ambacht, met onder meer de leerlooiers, de koperslagers, de ververs en de kruidenhandelaren. Onderweg kom je langs bezienswaardigheden als de Bou Inania-madrassa, de Al-Attarine-madrassa, het Nejjarine-museum voor houtsnijkunst en de Al-Qarawiyyin-moskee, die je als niet-moslim alleen door de poort kunt bekijken. Het netwerk van straatjes is zo dicht dat ook navigatie-apps er vaak de weg kwijtraken. Daarom kiezen veel bezoekers voor een gids. Er zijn ook bewegwijzerde wandelroutes met gekleurde bordjes.

Een riad is een traditioneel Marokkaans huis rond een binnenplaats of binnentuin. In de medina van Fez zijn veel van deze oude huizen verbouwd tot kleinschalige hotels. Doordat de ramen naar de binnenplaats gericht zijn, heb je weinig last van de drukte op straat, terwijl je wel midden in de medina slaapt. De kamers liggen op de verdiepingen rond de binnenplaats en veel riads hebben een dakterras met uitzicht over de stad.
De meeste riads serveren ontbijt en bieden op verzoek ook een diner aan, vaak met Marokkaanse gerechten als tajine en couscous. Omdat auto’s de medina niet in kunnen, wordt je bagage vaak vanaf de dichtstbijzijnde poort met een kar naar de riad gebracht; vraag dit vooraf na. Tijdens ons verblijf in Fez sliepen we in Riad Arabella, een riad aan de rand van de souk, op loopafstand van het historische centrum. Tips over waar te overnachten in Fez lees je hier.

De leerlooierijen van Fez zijn een van de bekendste bezienswaardigheden van de stad. De grootste en oudste is de Chouara-looierij in de medina, die al eeuwenlang in gebruik is en in 2016 werd gerestaureerd. In veel steden lag het looien buiten de stad, maar in Fez kon het in de medina blijven dankzij de rivier, die het benodigde water leverde. Het werk gebeurt nog grotendeels met de hand, op dezelfde manier als vroeger.
De huiden worden eerst in witte bakken met onder meer kalk en duivenmest geweekt om haren en vet te verwijderen, en daarna in de bruine en gekleurde bakken geverfd met natuurlijke kleurstoffen. Het beste uitzicht op de bakken heb je vanaf de dakterrassen van de leerwinkels eromheen. Een medewerker legt meestal uit hoe het looien werkt; daarna volgt een bezoek aan de winkel met tassen, jassen en slippers. Je bent niet verplicht iets te kopen, maar afdingen is gebruikelijk. Bij de ingang krijg je vaak een takje munt tegen de sterke geur.

Het koninklijk paleis van Fez, Dar el-Makhzen, ligt in Fès el-Jdid. Dit stadsdeel werd in 1276 door de Meriniden aangelegd als nieuwe koninklijke stad naast de oude medina, op een hoger gelegen plek van waaruit de stad goed te verdedigen was. Het paleiscomplex beslaat een groot terrein met tuinen, paviljoens en een moskee. De koning verblijft er wanneer hij in Fez is; dat is te zien aan de extra bewaking rond het paleis.
Omdat het paleis nog in gebruik is, is het niet open voor publiek. Toch is een bezoek aan de buitenkant de moeite waard vanwege de monumentale hoofdingang aan de Place des Alaouites. De zeven grote koperen deuren, omringd door tegelwerk en fijn houtsnijwerk, zijn een van de meest gefotografeerde plekken van Fez. Naast het paleis ligt de Mellah, de voormalige Joodse wijk, met huizen met balkons aan de straatkant. Een bezoek aan het paleis is goed te combineren met de Joodse begraafplaats en de Ibn Danan-synagoge.
