Interlaken: tussen twee meren aan de voet van de Jungfrau

Interlaken ligt in het Berner Oberland op het Bödeli, een vlakte tussen de Thunersee en de Brienzersee. De Aare stroomt dwars door het stadje van het ene meer naar het andere. Interlaken heeft ruim 5700 inwoners. De naam komt van het Augustijnenklooster inter lacus, tussen de meren, dat in 1133 voor het eerst wordt genoemd. Het dorp heette lange tijd Aarmühle en kreeg pas in 1891 officieel de naam Interlaken.

Na 1800 groeide Interlaken uit tot een toeristenplaats. Langs de Höheweg verrezen grandhotels met zicht over de Höhematte op de Jungfrau, en vanaf 1872 kwam de spoorlijn. Tegenwoordig is Interlaken het vertrekpunt voor tochten in de Jungfrauregio: naar de Jungfraujoch, de Kleine Scheidegg en het Lauterbrunnendal. Aan de overkant van de Aare ligt het oudere stadje Unterseen.



Höhematte

De Höhematte is de grote grasvlakte midden in Interlaken, tussen de Höheweg en de bergen. Vroeger kwamen hier de rechtbank en de volksvergadering bijeen. In 1864 kochten 37 inwoners de weide van het kanton Bern, om te voorkomen dat de grond werd verkaveld en bebouwd. Een erfdienstbaarheid verbiedt sindsdien elke bebouwing en elke belemmering van het zicht op de Jungfrau.

De weide is nog altijd particulier bezit, verdeeld over negen aandelen, en een commissie houdt toezicht op het gebruik. Vanaf de Höheweg kijk je over het gras naar de besneeuwde top van de Jungfrau. Op de Höhematte landen paragliders die van de bergen rond Interlaken zijn gestart. Aan de rand van de weide liggen het oude klooster met de Schlosskirche en de Japanse tuin.



Casino Kursaal

Het eerste kuurhuis van Interlaken opende op 20 juli 1859. Het was helemaal van hout en ging al na een maand dicht vanwege een verbod op gokken. Architect Paul Bouvier uit Neuchâtel maakte rond de eeuwwisseling plannen voor een nieuw gebouw, dat vanaf 1902 in fasen het oude verving. Hij combineerde elementen uit de streek met neobarok, art nouveau en invloeden uit het Verre Oosten.

Voor het gebouw ligt de Kursaaltuin met een fontein en een bloemenklok. Tuin, fontein en klok kregen in 1945 en 1946 hun huidige vorm. Vanaf 1910 groeide Interlaken uit tot congresstad. In 1980 opende naast de Kursaal een congresgebouw en in 2010 kwam er een nieuwe congreshal bij. Het gebouw staat op de lijst van monumenten van nationaal belang. Vlakbij liggen de Höheweg met zijn grandhotels en de Höhematte.

Höheweg en Victoria-Jungfrau

De Höheweg is de hoofdstraat van Interlaken en verbindt de stations Interlaken West en Interlaken Ost. Langs de straat verrezen tussen 1860 en 1914 grote hotels, met de voorgevel naar de Höhematte en het zicht op de Jungfrau. Omdat de weide onbebouwd moest blijven, hielden de hotels hun vrije uitzicht op de bergen.

Het bekendste hotel is het Victoria-Jungfrau. In 1856 kocht Eduard Ruchti hier de pension Victoria. De architecten Studer en Davinet ontwierpen een nieuw hotel, dat in 1865 na negen maanden bouwen opende. In 1895 werd het naastgelegen Hotel Jungfrau gekocht, en in 1899 werden de twee gebouwen verbonden door een middenbouw met een koepel. In de buurt liggen ook het Casino Kursaal en de Japanse tuin.

Japanse tuin

De Japanse tuin aan de Höheweg werd in 1995 aangelegd als geschenk van de Japanse zusterstad Ōtsu. De tuin heet ook de Tuin van de Vriendschap. De vijver stelt de Brienzersee en de Thunersee voor, de twee meren waartussen Interlaken ligt. De rotsen en waterlopen verwijzen naar de watervallen en ravijnen van het Berner Oberland. In de tuin staat een klein paviljoen.

De tuin ligt naast Schloss Interlaken, het voormalige Augustijnenklooster waaraan de stad haar naam dankt. Het klooster werd in 1528 opgeheven en werd daarna de zetel van de Berner landvoogd. De vroegere kloosterkerk heet sindsdien de Schlosskirche. Vanaf de tuin loop je zo naar de Höhematte en de Höheweg.

Aare

De Aare stroomt van de Brienzersee naar de Thunersee dwars door Interlaken. Het water heeft door het gletsjerwater een opvallend turquoise kleur. Over de rivier liggen in Interlaken 22 bruggen en voetgangersbruggen. Door de stuwen is de Aare op dit stuk niet bevaarbaar. Voor de scheepvaart werd in 1892 een kanaal gegraven naar Interlaken West.

De Grosse Staatsschleuse werd in 1854 gebouwd ter vervanging van een oudere stuw. Het kanton Bern regelt hiermee het waterpeil. Ernaast ligt de kleinere Mühleschleuse met een waterkrachtcentrale. Sinds 1900 verbindt de Goldeybrücke voor voetgangers Interlaken met Unterseen aan de overkant. Langs de oevers lopen wandelpaden, en vanaf de bruggen kijk je stroomopwaarts naar de bergen.

Unterseen

Unterseen ligt aan de overkant van de Aare, tegenover het centrum van Interlaken. Op 13 juli 1279 gaf koning Rudolf I aan Berchtold III van Eschenbach toestemming om tussen de meren een vesting te bouwen. Al in 1280 had de stad muren, een gracht en een eigen zegel. Na branden in 1364 en 1470 werd het marktplein vergroot en kwam er een nieuw raadhuis.

Op het plein staat het Stadthaus, en daarachter de middeleeuwse kerktoren. Vanaf 1527 was het Schloss de zetel van de Berner schout. Het huidige gebouw is uit het midden van de zeventiende eeuw en wordt nu gebruikt als parochiezaal en voor sociale voorzieningen. In het Touristik-Museum is de geschiedenis van het toerisme in de streek te zien. Unterseen noemt zichzelf de bovenste stad aan de Aare.

Eiger Express

De Eiger Express is een kabelbaan van Grindelwald naar de Eigergletscher. Hij opende op 6 december 2020. De baan is 6483 meter lang en overbrugt het hoogteverschil tussen het Grindelwald Terminal op 947 meter en het station Eigergletscher op 2328 meter. Een rit duurt ongeveer vijftien minuten. Er rijden 44 gondels voor 26 personen.

Onderweg kijk je recht op de noordwand van de Eiger. Bij de Eigergletscher stap je over op de tandradbaan naar de Jungfraujoch. Vroeger ging de route naar boven via Grindelwald of Lauterbrunnen en de Kleine Scheidegg. Met de nieuwe kabelbaan is de reis naar de Jungfraujoch flink korter geworden. Het Grindelwald Terminal heeft een eigen treinstation van de Berner Oberland-Bahn uit Interlaken.

Jungfraujoch

Het station Jungfraujoch ligt op 3454 meter en is het hoogst gelegen treinstation van Europa. De Jungfraubahn rijdt hier sinds 1 augustus 1912. Het idee kwam van de Zürcher ondernemer Adolf Guyer-Zeller, die de concessie in 1894 kreeg maar in 1899 overleed. De bouw begon in 1896. Het traject van de Kleine Scheidegg naar boven is 9,34 kilometer lang, waarvan ruim zeven kilometer door een tunnel in de Eiger en de Mönch.

In de tunnel liggen de tussenstations Eigerwand uit 1903 en Eismeer uit 1905. Boven komen bezoekers uit in een complex met restaurants, uitzichtpunten, het IJspaleis en de lift naar het Sphinx-observatorium. Vanaf het terras kijk je uit over de Aletschgletsjer. Op het plateau buiten kun je in de sneeuw lopen, en in de zomer gaat er een pad naar de Mönchsjochhütte.

Sphinx-observatorium

Het Sphinx-observatorium staat op een rotspunt boven de Jungfraujoch, op 3571 meter. Het onderzoeksstation opende op 4 juli 1931. In 1937 was het observatorium klaar, met een koepel voor sterrenkundig en weerkundig onderzoek. Vanuit het station gaat een lift 111 meter omhoog door de rots naar het gebouw.

Wetenschappers doen hier onderzoek naar onder meer de atmosfeer, het klimaat en straling. Het observatorium zelf is niet open voor bezoekers, maar het terras eromheen wel. Vanaf dat terras kijk je naar de Jungfrau, de Mönch en over de Aletschgletsjer naar het zuiden. Het gebouw op de rotspunt is vanaf het plateau in de sneeuw goed te zien.

Aletschgletsjer

De Aletschgletsjer is de grootste en langste gletsjer van de Alpen. Hij is ongeveer 22,6 kilometer lang en besloeg in 2017 een oppervlakte van 78,5 vierkante kilometer. De gletsjer begint vlak onder de Jungfraujoch en stroomt naar het zuiden, richting het Rhônedal in Wallis.

Bij de Konkordiaplatz komen drie ijsstromen samen tot een vlakte van ongeveer zes vierkante kilometer. Het ijs is daar meer dan 900 meter dik. In 2001 werd het gebied rond de gletsjer, samen met de Jungfrau en de Bietschhorn, als eerste natuurgebied in de Alpen op de werelderfgoedlijst van UNESCO gezet. Het mooiste uitzicht op de gletsjer heb je vanaf het terras van het Sphinx-observatorium.

IJspaleis en Alpine Sensation

Het IJspaleis op de Jungfraujoch is een stelsel van gangen en zalen die in het ijs van de gletsjer zijn uitgehakt. Twee berggidsen uit Grindelwald begonnen er in 1934 aan, met de hand. Het is waarschijnlijk de oudste nog bestaande ijsgrot. In de zalen staan ijssculpturen van kunstenaars, onder meer van dieren.

De Alpine Sensation is een tunnel van 250 meter die de Sphinxhal met het IJspaleis verbindt. Hij opende op 30 maart 2012, in het jaar dat de Jungfraubahn honderd jaar bestond. In de tunnel vertellen beelden, licht en een wandschildering van 90 meter het verhaal van de spoorlijn en het toerisme in de streek. De tunnel is ook een eerbetoon aan de Italiaanse arbeiders die de Jungfraubahn bouwden.

Mönchsjochhütte

De Mönchsjochhütte is een berghut op 3657 meter, op het Mönchsjoch tussen de Mönch en de Jungfrau. De hut is direct tegen de rots gebouwd en staat op palen boven de helling. In de hut kun je eten en overnachten. Hij is een vertrekpunt voor bergbeklimmers die de Mönch of andere toppen in de omgeving willen beklimmen.

Vanaf de Jungfraujoch loopt in de zomer een gemarkeerd pad over het sneeuwplateau naar de hut. De wandeling duurt ongeveer een uur en gaat licht omhoog. Door de grote hoogte is de lucht ijl, en ook een korte klim kost meer moeite dan gewoonlijk. Onderweg kijk je op de Mönch, de Jungfrau en de rotspunt met het Sphinx-observatorium.

Kleine Scheidegg

De Kleine Scheidegg is een bergpas op 2061 meter, tussen de Eiger en de Lauberhorn. De pas verbindt het dal van Grindelwald met het Lauterbrunnendal. Sinds 1893 rijdt de Wengernalpbahn hier vanuit beide dalen naar boven, via Wengen aan de kant van Lauterbrunnen.

Op de Kleine Scheidegg begint de Jungfraubahn, de tandradbaan naar de Jungfraujoch. Reizigers stappen hier over van de groen-gele treinen van de Wengernalpbahn naar de rode treinen van de Jungfraubahn. Rond het station staan enkele hotels en restaurants. Vanaf de pas kijk je recht tegen de noordwand van de Eiger, die tot 3967 meter oprijst. Wie de Eiger Express naar boven neemt, kan via de Kleine Scheidegg terugreizen.

Lauterbrunnen

Lauterbrunnen ligt ongeveer tien kilometer ten zuiden van Interlaken, in een diep U-vormig dal met steile rotswanden. De gemeente is 164,5 vierkante kilometer groot en reikt van 728 meter tot de top van de Jungfrau op 4158 meter. Bij de gemeente horen ook de dorpen Wengen, Mürren, Gimmelwald, Stechelberg en Isenfluh.

Langs de rotswanden vallen veel watervallen in het dal. De bekendste is de Staubbachfall vlak bij het dorp. Andere zijn de Mürrenbachfall van 417 meter en de Buchenbachfall van 380 meter. Vanuit Lauterbrunnen rijdt de Wengernalpbahn via Wengen naar de Kleine Scheidegg, en een kabelbaan en trein brengen je naar het autovrije Mürren.

Staubbachfall

De Staubbachfall stort bij Lauterbrunnen 297 meter naar beneden en is de hoogste vrij vallende waterval van Zwitserland. Het water komt van een rotsrand boven het dal en valt zonder de wand te raken. Onderweg waait een groot deel uiteen tot een fijne nevel, wat de waterval zijn naam gaf: staub betekent stof.

Johann Wolfgang von Goethe logeerde in 1779 in de pastorie van Lauterbrunnen en schreef hier zijn gedicht Gesang der Geister über den Wassern. Vanaf het dorp loopt een pad naar de voet van de waterval. Een tunnel in de rots leidt naar een galerij achter het vallende water, met uitzicht over het dal. De waterval is vanuit een groot deel van het dorp te zien.