Pécs: de cultuurhoofdstad van Hongarije

Pécs ligt in het zuiden van Hongarije, aan de voet van het Mecsekgebergte en niet ver van de grens met Kroatië. Met ongeveer 140.000 inwoners is het een van de grootste steden van het land. Door de beschutte ligging is het klimaat er zachter dan in veel andere delen van Hongarije. In de Romeinse tijd heette de stad Sopianae. In 1367 werd hier de eerste universiteit van Hongarije gesticht, en in 2010 was Pécs Culturele Hoofdstad van Europa.

Van 1543 tot 1686 hoorde de stad bij het Ottomaanse Rijk, en uit die tijd stammen enkele van de bekendste monumenten van Hongarije, zoals de moskee van pasja Gazi Kasim aan het Széchenyi tér. De vroegchristelijke grafkamers van Sopianae staan op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Daarnaast is Pécs bekend om de Zsolnay-porseleinfabriek, waarvan het oude fabrieksterrein nu een cultureel kwartier is, en om de kathedraal met haar vier torens. Pécs is de belangrijkste toeristische bestemming in het zuiden van het land. Meer over de stad lees je op Jeroen op vakantie.



Petrus en Paulus basiliek van Pécs

De kathedraal van Sint-Petrus en Sint-Paulus is de belangrijkste kerk van Pécs en valt op door haar vier torens. Op deze plek stond al in de vroegchristelijke tijd een kerk. In de elfde eeuw liet koning Stefaan I er een romaanse basiliek bouwen toen hij het bisdom Pécs stichtte. In de loop der eeuwen werd de kerk meerdere keren verbouwd, onder meer in barokstijl.
pecs-petrus-en-paulus-basiliek-2
Tussen 1882 en 1891 werd de kathedraal grondig herbouwd in neoromaanse stijl naar een ontwerp van de Oostenrijkse architect Friedrich von Schmidt, die de oorspronkelijke middeleeuwse kerk als voorbeeld nam. Het interieur is rijk beschilderd met fresco’s van onder meer Károly Lotz en Bertalan Székely. Onder het koor ligt een middeleeuwse crypte. Een van de torens kan worden beklommen en biedt een mooi uitzicht over de stad. Naast de kathedraal liggen het bisschoppelijk paleis en de vroegchristelijke grafkamers. De kerk draagt de eretitel basilica minor.



Moskee van pascha Kassim Gasi

De moskee van pasja Gazi Kasim staat op het hoogste punt van het Széchenyi tér en is het bekendste gebouw van Pécs. De Ottomanen bouwden haar tussen 1543 en 1546 op de plek van de middeleeuwse Sint-Bartholomeuskerk, waarvan ze de stenen hergebruikten. Het is het grootste bewaarde gebouw uit de Ottomaanse tijd in Hongarije. Op veel plekken in Europa werden kerken moskeeën; hier gebeurde het omgekeerde, terwijl veel islamitische kenmerken bewaard bleven.
pecs-moskee-van-pasha-kassim-gasi
Na het vertrek van de Ottomanen in 1686 werd het gebouw een katholieke kerk, gewijd aan Maria-Lichtmis. De minaret werd in 1766 afgebroken. Binnen zie je nog duidelijk de vroegere functie, met een gebedsnis (mihrab), Arabische inscripties en Ottomaanse ornamenten. Op de koepel staan een halve maan en een kruis samen, als symbool van de geschiedenis van het gebouw. De kerk is te bezoeken buiten de vieringen; er wordt een kleine entree gevraagd.

Zsolnay-fabriek

De Zsolnay-porseleinfabriek in Pécs werd in 1853 opgericht en werd onder leiding van Vilmos Zsolnay een van de bekendste keramiekfabrieken van Europa. Rond 1900 leverde de fabriek tegels, dakpannen en ornamenten voor veel art-nouveaugebouwen in Hongarije, zoals het Museum voor Toegepaste Kunsten en de Matthiaskerk in Boedapest. De fabriek ontwikkelde onder meer vorstbestendige pyrogranietkeramiek en het glanzende eosineglazuur.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek genationaliseerd. Tegenwoordig maakt de Zsolnay Porseleinmanufactuur weer serviezen en sierporselein. Op het oude fabrieksterrein opende in 2011 het Zsolnay Cultureel Kwartier, met musea, tentoonstellingen, ateliers, cafés en een planetarium. Hier zie je onder meer het mausoleum van de familie Zsolnay en een grote collectie Zsolnay-keramiek. Het terrein is zo uitgestrekt dat je er gemakkelijk een halve dag kunt doorbrengen. Het kwartier ligt ten oosten van het centrum en is te voet of met de bus te bereiken.

Vroegchristelijke necropolis van Pécs

De vroegchristelijke grafkamers van Pécs, in de oudheid Sopianae, staan sinds 2000 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Ze stammen uit de vierde eeuw en behoren tot de belangrijkste vroegchristelijke grafmonumenten buiten Italië. Boven de ondergrondse grafkamers stonden kleine kapellen waarin de nabestaanden samenkwamen. De muren van de grafkamers zijn beschilderd met Bijbelse taferelen, zoals Adam en Eva en Daniël in de leeuwenkuil.

De meeste grafkamers zijn te bezoeken via het bezoekerscentrum Cella Septichora, naast de kathedraal. Via ondergrondse gangen en glazen vloeren kijk je in de graven en op de wandschilderingen. De bekendste zijn de Petrus-en-Pauluskamer en het Kruikgraf. Een kleiner deel van de graven ligt iets verderop en heeft een eigen ingang. Bij de ingang krijg je informatie over de geschiedenis van Sopianae en de vroegchristelijke gemeenschap. Een bezoek duurt ongeveer een uur. Lees meer over Pécs op Jeroen op vakantie.

Zsolnay-fontein

De Zsolnay-fontein is een van de bekendste monumenten van Pécs. De fontein werd in 1912 geschonken door de Zsolnay-fabriek, ter nagedachtenis aan de oprichter Vilmos Zsolnay. Ze staat aan het Széchenyi tér, in het centrum van de stad. Pécs telt veel gebouwen en objecten in de Hongaarse art nouveau, de szecesszió, waarvoor de Zsolnay-fabriek tegels en ornamenten leverde.

De fontein heeft de vorm van een klein tempeltje, met vier stierenkoppen waaruit het water stroomt. De koppen zijn gemaakt van het beroemde eosineglazuur van Zsolnay, dat afhankelijk van het licht groen, blauw of paars glanst. Volgens de overlevering zijn de stierenkoppen geïnspireerd op een oude waterput in Bosnië. Het water was vroeger drinkwater uit de bronnen van het Mecsekgebergte. De fontein is een geliefd fotomotief. In het Zsolnay Cultureel Kwartier aan de rand van de stad zie je meer werk van de fabriek.

Bisschoppelijk paleis van Pécs

Het bisschoppelijk paleis van Pécs staat naast de kathedraal op het Dómplein. Het gebouw is nog altijd de woning en het kantoor van de bisschop van Pécs, maar is ook te bezoeken. Het paleis kreeg zijn huidige uiterlijk in de negentiende eeuw. Op het balkon aan de gevel staat een bronzen beeld van de componist Franz Liszt, die in 1846 in Pécs was, gemaakt door beeldhouwer Imre Varga.

Het paleis is alleen met een rondleiding te bezoeken, die vooral in het toeristenseizoen meerdere keren per dag begint. Je krijgt uitleg in het Hongaars en via een audiogids in andere talen, waaronder Engels. Je loopt door de stijlkamers, de ontvangstzalen en de bibliotheek, met historische meubels, schilderijen en kunstvoorwerpen. De rondleiding eindigt in de middeleeuwse kelders onder het paleis. Een bezoek is goed te combineren met de kathedraal en de vroegchristelijke grafkamers ernaast. Kijk voor de actuele tijden en kaartjes bij het bezoekerscentrum van de kathedraal.

Museum van Csontvary

Het Csontváry Museum in Pécs is gewijd aan de schilder Tivadar Kosztka Csontváry (1853-1919), een van de bekendste Hongaarse kunstenaars. Hij begon pas laat met schilderen en maakte reizen naar onder meer Italië, Griekenland, Libanon en Palestina. Tijdens zijn leven kreeg hij weinig waardering; pas na zijn dood werd zijn werk beroemd. Zijn stijl laat zich moeilijk indelen en heeft kenmerken van het postimpressionisme en het expressionisme.

In het museum hangt een groot deel van zijn belangrijkste werken. Bekend zijn onder meer De eenzame ceder, De ruïnes van het Griekse theater in Taormina en Baalbek. Opvallend is het formaat van sommige doeken, die tot ongeveer zeven meter breed zijn. De felle kleuren en het bijzondere licht maken de schilderijen herkenbaar. Het museum ligt in het historische centrum, in de Janus Pannoniusstraat, op korte afstand van de kathedraal. Er worden ook regelmatig tijdelijke tentoonstellingen gehouden.

Museum van de middeleeuwse universiteit

Pécs heeft de oudste universiteit van Hongarije. Koning Lodewijk I de Grote stichtte haar in 1367, als een van de eerste universiteiten in Midden-Europa. De middeleeuwse universiteit bestond maar enkele tientallen jaren, maar de huidige Universiteit van Pécs ziet zich als haar opvolger. Bij opgravingen in de burchtwijk bij de kathedraal werden resten van het middeleeuwse universiteitsgebouw gevonden.

Op die plek is een kleine tentoonstelling ingericht over de middeleeuwse universiteit. Je ziet er de opgegraven fundamenten, delen van gebeeldhouwde stenen en andere bodemvondsten, met uitleg over het onderwijs in de middeleeuwen. De tentoonstelling ligt achter de kathedraal, op loopafstand van het bisschoppelijk paleis en de vroegchristelijke grafkamers. Een bezoek duurt niet lang en is goed te combineren met de andere bezienswaardigheden in de burchtwijk. Voor verschillende musea en monumenten in Pécs zijn combinatiekaarten te koop, die voordeliger zijn als je meerdere plekken wilt bezoeken.

Synagoge van Pécs

De synagoge van Pécs staat aan het Kossuth tér en werd in 1869 gebouwd in romantische stijl, met Moorse elementen in het interieur. Joden woonden al in de middeleeuwen in Pécs. Na het vertrek van de Ottomanen konden ze zich pas in de achttiende eeuw weer in de stad vestigen. De gemeenschap groeide in de negentiende eeuw snel, waardoor een eerdere, kleinere synagoge te klein werd en het huidige gebouw werd neergezet.

In 1944 werd het grootste deel van de Joodse inwoners van Pécs gedeporteerd naar Auschwitz, waar de meesten werden vermoord. In de synagoge herinneren gedenkplaten met de namen van de slachtoffers aan deze tragedie. Het interieur met het orgel, de houten banken en de beschilderde plafonds is grotendeels bewaard gebleven. Er is in Pécs nog een kleine Joodse gemeenschap, die de synagoge bij bijzondere gelegenheden gebruikt. Buiten de diensten is de synagoge tegen betaling te bezoeken; mannen krijgen bij de ingang een keppeltje.

Széchenyi tér

Het Széchenyi tér is het centrale plein van Pécs en het hart van de oude stad. Aan en rond het plein liggen veel van de belangrijkste bezienswaardigheden. Het plein loopt licht omhoog naar de moskee van pasja Gazi Kasim, die het beeld bepaalt. Het is vernoemd naar graaf István Széchenyi, een van de belangrijkste hervormers van Hongarije in de negentiende eeuw.

Op het plein staan onder meer de Drievuldigheidszuil, de Zsolnay-fontein met stierenkoppen en het ruiterstandbeeld van János Hunyadi. Aan de randen staan statige gebouwen zoals het stadhuis en het voormalige Hotel Nádor. Op het plein en in de straten eromheen liggen veel cafés en restaurants met terrassen. In de zomer is het een populaire ontmoetingsplek, en het plein wordt gebruikt voor evenementen, concerten en markten. Vanaf het plein lopen de winkelstraten Király utca en Ferencesek utcája de stad in.

Zuil van de drie-eenheid

Midden op het Széchenyi tér in Pécs, aan de voet van de moskee van pasja Gazi Kasim, staat de Drievuldigheidszuil. Zulke pestzuilen staan in veel steden in Hongarije en andere delen van het voormalige Habsburgse Rijk. Ze werden opgericht als dank voor het einde van een pestepidemie en ter herinnering aan de slachtoffers. In Pécs stond al vanaf het begin van de achttiende eeuw een pestzuil op het plein.

De huidige zuil werd in 1908 neergezet ter vervanging van de oude en is ontworpen door de beeldhouwer György Kiss. Op de voet staan beelden van drie heiligen die tegen de pest werden aangeroepen. Boven op de zuil staan God de Vader en Christus, met daarboven de duif van de Heilige Geest, omringd door vergulde stralen. De zuil is een van de herkenningspunten van het plein en een goed fotomotief, met de moskee op de achtergrond. Vlakbij staan de Zsolnay-fontein en het standbeeld van János Hunyadi.

Grand-Hotel Palatinus

Het Palatinus Grand Hotel staat in de Király utca, de belangrijkste winkelstraat van Pécs. Het hotel werd rond 1915 gebouwd, in de tijd dat in Midden-Europa veel grandhotels verrezen, en is een van de best bewaarde art-nouveauhotels van Hongarije. Op dezelfde plek stond eerder een ouder hotel.

Het mooiste deel van het hotel zijn de openbare ruimtes. De lobby en het trappenhuis zijn uitgevoerd in art nouveau, met marmer, smeedwerk, beelden en tegels van de Zsolnay-fabriek. Het hoogtepunt is het glas-in-loodplafond boven de hal. De kamers zijn in de loop der jaren gemoderniseerd en hebben een eenvoudigere inrichting dan de openbare ruimtes. Ook als je er niet overnacht, is het de moeite waard om even een kijkje te nemen in de lobby. Door de centrale ligging is het hotel een goede uitvalsbasis voor een verblijf in Pécs; het Széchenyi tér en de kathedraal liggen op loopafstand.