Het bisschoppelijk paleis van Pécs staat naast de kathedraal op het Dómplein. Het gebouw is nog altijd de woning en het kantoor van de bisschop van Pécs, maar is ook te bezoeken. Het paleis kreeg zijn huidige uiterlijk in de negentiende eeuw. Op het balkon aan de gevel staat een bronzen beeld van de componist Franz Liszt, die in 1846 in Pécs was, gemaakt door beeldhouwer Imre Varga.
Het paleis is alleen met een rondleiding te bezoeken, die vooral in het toeristenseizoen meerdere keren per dag begint. Je krijgt uitleg in het Hongaars en via een audiogids in andere talen, waaronder Engels. Je loopt door de stijlkamers, de ontvangstzalen en de bibliotheek, met historische meubels, schilderijen en kunstvoorwerpen. De rondleiding eindigt in de middeleeuwse kelders onder het paleis. Een bezoek is goed te combineren met de kathedraal en de vroegchristelijke grafkamers ernaast. Kijk voor de actuele tijden en kaartjes bij het bezoekerscentrum van de kathedraal.

Het Csontváry Museum in Pécs is gewijd aan de schilder Tivadar Kosztka Csontváry (1853-1919), een van de bekendste Hongaarse kunstenaars. Hij begon pas laat met schilderen en maakte reizen naar onder meer Italië, Griekenland, Libanon en Palestina. Tijdens zijn leven kreeg hij weinig waardering; pas na zijn dood werd zijn werk beroemd. Zijn stijl laat zich moeilijk indelen en heeft kenmerken van het postimpressionisme en het expressionisme.
In het museum hangt een groot deel van zijn belangrijkste werken. Bekend zijn onder meer De eenzame ceder, De ruïnes van het Griekse theater in Taormina en Baalbek. Opvallend is het formaat van sommige doeken, die tot ongeveer zeven meter breed zijn. De felle kleuren en het bijzondere licht maken de schilderijen herkenbaar. Het museum ligt in het historische centrum, in de Janus Pannoniusstraat, op korte afstand van de kathedraal. Er worden ook regelmatig tijdelijke tentoonstellingen gehouden.

Pécs heeft de oudste universiteit van Hongarije. Koning Lodewijk I de Grote stichtte haar in 1367, als een van de eerste universiteiten in Midden-Europa. De middeleeuwse universiteit bestond maar enkele tientallen jaren, maar de huidige Universiteit van Pécs ziet zich als haar opvolger. Bij opgravingen in de burchtwijk bij de kathedraal werden resten van het middeleeuwse universiteitsgebouw gevonden.
Op die plek is een kleine tentoonstelling ingericht over de middeleeuwse universiteit. Je ziet er de opgegraven fundamenten, delen van gebeeldhouwde stenen en andere bodemvondsten, met uitleg over het onderwijs in de middeleeuwen. De tentoonstelling ligt achter de kathedraal, op loopafstand van het bisschoppelijk paleis en de vroegchristelijke grafkamers. Een bezoek duurt niet lang en is goed te combineren met de andere bezienswaardigheden in de burchtwijk. Voor verschillende musea en monumenten in Pécs zijn combinatiekaarten te koop, die voordeliger zijn als je meerdere plekken wilt bezoeken.

De synagoge van Pécs staat aan het Kossuth tér en werd in 1869 gebouwd in romantische stijl, met Moorse elementen in het interieur. Joden woonden al in de middeleeuwen in Pécs. Na het vertrek van de Ottomanen konden ze zich pas in de achttiende eeuw weer in de stad vestigen. De gemeenschap groeide in de negentiende eeuw snel, waardoor een eerdere, kleinere synagoge te klein werd en het huidige gebouw werd neergezet.
In 1944 werd het grootste deel van de Joodse inwoners van Pécs gedeporteerd naar Auschwitz, waar de meesten werden vermoord. In de synagoge herinneren gedenkplaten met de namen van de slachtoffers aan deze tragedie. Het interieur met het orgel, de houten banken en de beschilderde plafonds is grotendeels bewaard gebleven. Er is in Pécs nog een kleine Joodse gemeenschap, die de synagoge bij bijzondere gelegenheden gebruikt. Buiten de diensten is de synagoge tegen betaling te bezoeken; mannen krijgen bij de ingang een keppeltje.

Het Széchenyi tér is het centrale plein van Pécs en het hart van de oude stad. Aan en rond het plein liggen veel van de belangrijkste bezienswaardigheden. Het plein loopt licht omhoog naar de moskee van pasja Gazi Kasim, die het beeld bepaalt. Het is vernoemd naar graaf István Széchenyi, een van de belangrijkste hervormers van Hongarije in de negentiende eeuw.
Op het plein staan onder meer de Drievuldigheidszuil, de Zsolnay-fontein met stierenkoppen en het ruiterstandbeeld van János Hunyadi. Aan de randen staan statige gebouwen zoals het stadhuis en het voormalige Hotel Nádor. Op het plein en in de straten eromheen liggen veel cafés en restaurants met terrassen. In de zomer is het een populaire ontmoetingsplek, en het plein wordt gebruikt voor evenementen, concerten en markten. Vanaf het plein lopen de winkelstraten Király utca en Ferencesek utcája de stad in.

Midden op het Széchenyi tér in Pécs, aan de voet van de moskee van pasja Gazi Kasim, staat de Drievuldigheidszuil. Zulke pestzuilen staan in veel steden in Hongarije en andere delen van het voormalige Habsburgse Rijk. Ze werden opgericht als dank voor het einde van een pestepidemie en ter herinnering aan de slachtoffers. In Pécs stond al vanaf het begin van de achttiende eeuw een pestzuil op het plein.
De huidige zuil werd in 1908 neergezet ter vervanging van de oude en is ontworpen door de beeldhouwer György Kiss. Op de voet staan beelden van drie heiligen die tegen de pest werden aangeroepen. Boven op de zuil staan God de Vader en Christus, met daarboven de duif van de Heilige Geest, omringd door vergulde stralen. De zuil is een van de herkenningspunten van het plein en een goed fotomotief, met de moskee op de achtergrond. Vlakbij staan de Zsolnay-fontein en het standbeeld van János Hunyadi.

Het Palatinus Grand Hotel staat in de Király utca, de belangrijkste winkelstraat van Pécs. Het hotel werd rond 1915 gebouwd, in de tijd dat in Midden-Europa veel grandhotels verrezen, en is een van de best bewaarde art-nouveauhotels van Hongarije. Op dezelfde plek stond eerder een ouder hotel.
Het mooiste deel van het hotel zijn de openbare ruimtes. De lobby en het trappenhuis zijn uitgevoerd in art nouveau, met marmer, smeedwerk, beelden en tegels van de Zsolnay-fabriek. Het hoogtepunt is het glas-in-loodplafond boven de hal. De kamers zijn in de loop der jaren gemoderniseerd en hebben een eenvoudigere inrichting dan de openbare ruimtes. Ook als je er niet overnacht, is het de moeite waard om even een kijkje te nemen in de lobby. Door de centrale ligging is het hotel een goede uitvalsbasis voor een verblijf in Pécs; het Széchenyi tér en de kathedraal liggen op loopafstand.
