Het Nationaal Park Hortobágy ligt ten noorden van Hajdúszoboszló en ten westen van Debrecen. Het werd in 1973 opgericht als het eerste nationale park van Hongarije en staat sinds 1999 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO als cultuurlandschap. Het park beslaat een groot deel van de poesta, de Hongaarse steppe. Het grootste deel bestaat uit grasland, moerassen en visvijvers.
Het park is een belangrijk gebied voor vogels; er zijn ruim driehonderd soorten waargenomen. In de herfst trekken tienduizenden kraanvogels door het gebied, die ’s avonds massaal naar hun slaapplaatsen vliegen. In de poesta worden nog traditionele Hongaarse rassen gehouden, zoals het grijze steppenrund, het mangalicavarken met krullende vacht en het racka-schaap met gedraaide hoorns. Ze worden gehoed door herders met honden als de puli. De csikós, de paardenherders, zijn bekend om hun ruitershows in traditionele kleding. Het dorp Hortobágy, met de negenbogenbrug en het herdersmuseum, is een goed beginpunt. Lees ook het verslag op Jeroen op vakantie.


