De Heldenpoort, Hősök kapuja, is de toegang tot de burchtwijk van Veszprém. Vanaf het Óváros tér, het plein van de benedenstad, loop je een steile straat omhoog naar de poort. De poort ziet er eeuwenoud uit, maar werd pas in 1936 gebouwd, als gedenkteken voor de inwoners van Veszprém die in de Eerste Wereldoorlog sneuvelden. Ze staat op de plek van de vroegere middeleeuwse burchtpoort, waarvan resten in de kelder te zien zijn.
In het gebouw van de poort is een kleine tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van de burcht. Aan de muren rond de poort hangen gedenkplaten, onder meer voor Faustus Verantius (Fausto Veranzio), een veelzijdige geleerde en uitvinder die als proost aan het kapittel van Veszprém verbonden was. Hij beschreef rond 1600 een van de eerste ontwerpen voor een parachute. Na de poort begint de Vár utca, de hoofdstraat van de burchtwijk, die langs de brandtoren, kerken en het aartsbisschoppelijk paleis naar het uitkijkpunt bij het beeld van Stefaan en Gisela loopt.

De Sint-Michielskathedraal, Szent Mihály-székesegyház, staat aan het centrale plein van de burchtwijk van Veszprém. Ze staat op de plek van de oudste kathedraal van Hongarije, gesticht door koningin Gisela in het begin van de elfde eeuw. De kerk werd in de loop der eeuwen meerdere keren verwoest, onder meer door een brand in de veertiende eeuw en tijdens de Ottomaanse oorlogen, en telkens weer opgebouwd. Uit de middeleeuwen is de gotische crypte bewaard gebleven.
De huidige kathedraal kreeg tussen 1907 en 1910 haar neoromaanse vorm, waarbij de romaanse fundamenten en de gotische crypte in het gebouw werden opgenomen. Van buiten is de kerk sober, maar het interieur is kleurrijk, met muurschilderingen, gebrandschilderde ramen en rijk versierde altaren. In de kathedraal wordt een reliek van koningin Gisela bewaard. Aan hetzelfde plein liggen het aartsbisschoppelijk paleis, de Giselakapel en de waterput van de burcht. De kathedraal is buiten de vieringen te bezoeken.

Aan het noordelijke uiteinde van de burchtheuvel van Veszprém heb je een van de mooiste uitzichten over de stad. Hier eindigt de Vár utca bij een terras met het standbeeld van koning Stefaan en koningin Gisela. Vanaf het terras kijk je uit over de daken van de benedenstad, de dalen rond de burchtheuvel en de heuvels in de omgeving.
Wie bij de kathedraal niet de Vár utca volgt maar langs de rotsen afdaalt, komt via trappen en paden op de lagere delen van de heuvel en de Benedek-heuvel uit. Ook vanaf daar heb je mooie uitzichten, onder meer op het Szent István-viaduct, de hoge boogbrug over het dal van de beek Séd uit 1938. Als je je omdraait, zie je de burchtheuvel met de kathedraal en de huizen op de rotsen. Vanaf de uitkijkpunten kun je terugwandelen naar de burcht of verder afdalen naar de benedenstad. Vooral bij zonsondergang zijn de uitkijkpunten populair.
