Het Topkapipaleis was ruim vier eeuwen het centrum van het Ottomaanse Rijk. Sultan Mehmet II liet het paleis kort na de verovering van Constantinopel bouwen. De bouw begon in 1459 en was rond 1478 klaar. Tot sultan Abdülmecit I in 1856 naar het nieuwe Dolmabahçepaleis verhuisde, woonden en werkten de sultans hier. Ze leefden er met hun harem, waartoe de moeder, de vrouwen en de kinderen van de sultan, de concubines en het personeel behoorden. De harem werd bewaakt door eunuchen.

Sinds 1924 is het paleis een museum en het behoort tot de drukst bezochte bezienswaardigheden van Istanbul. Het complex met zijn binnenplaatsen, paviljoens en tuinen is zo groot dat je er gemakkelijk een halve dag kunt doorbrengen. In de voormalige vertrekken zijn onder meer de schatkamer met juwelen van de sultans, een wapencollectie en de oude keukens met een grote verzameling porselein te zien. Vanaf de terrassen aan de achterkant heb je uitzicht over de Bosporus. Het Topkapipaleis is een van de musea die je met de Museum Pass Istanbul kunt bezoeken.


