Het Topkapipaleis was ruim vier eeuwen het centrum van het Ottomaanse Rijk. Sultan Mehmet II liet het paleis kort na de verovering van Constantinopel bouwen. De bouw begon in 1459 en was rond 1478 klaar. Tot sultan Abdülmecit I in 1856 naar het nieuwe Dolmabahçepaleis verhuisde, woonden en werkten de sultans hier. Ze leefden er met hun harem, waartoe de moeder, de vrouwen en de kinderen van de sultan, de concubines en het personeel behoorden. De harem werd bewaakt door eunuchen.

Sinds 1924 is het paleis een museum en het behoort tot de drukst bezochte bezienswaardigheden van Istanbul. Het complex met zijn binnenplaatsen, paviljoens en tuinen is zo groot dat je er gemakkelijk een halve dag kunt doorbrengen. In de voormalige vertrekken zijn onder meer de schatkamer met juwelen van de sultans, een wapencollectie en de oude keukens met een grote verzameling porselein te zien. Vanaf de terrassen aan de achterkant heb je uitzicht over de Bosporus. Het Topkapipaleis is een van de musea die je met de Museum Pass Istanbul kunt bezoeken.

De Blauwe Moskee heet officieel de Sultan Ahmetmoskee en is de bekendste moskee van Istanbul die nog als gebedshuis in gebruik is. Sultan Ahmet I liet haar tussen 1609 en 1616 bouwen door architect Sedefkâr Mehmet Ağa, tegenover de Hagia Sophia. De bijnaam dankt de moskee aan de ruim twintigduizend handgemaakte tegels uit Iznik die het interieur versieren, al is blauw binnen niet de enige kleur. Tussen 2018 en 2023 is de moskee grondig gerestaureerd.
Opvallend zijn de zes minaretten, terwijl een moskee van een sultan er destijds meestal vier had. Volgens de overlevering zorgde dat voor ophef, omdat ook de moskee in Mekka er toen zes had. De sultan zou dat hebben opgelost door in Mekka een zevende minaret te laten bouwen. De toegang is gratis en een donatie wordt op prijs gesteld. Buiten de gebedstijden zijn bezoekers welkom; tijdens het gebed is de moskee voor toeristen gesloten. Voor de ingang staan vaak rijen, dus kom bij voorkeur vroeg op de dag.

De vissers op de Galatabrug horen bij de bekendste beelden van Istanbul. De eerste brug op deze plek over de Gouden Hoorn werd in 1845 gebouwd en sindsdien staan er hengelaars langs de reling. De huidige brug dateert van 1994 en heeft twee verdiepingen. Boven rijden auto’s en de tram en staan de vissers met hun hengels, beneden zitten restaurants en cafés.
Ook in de tijd dat het water van de Gouden Hoorn sterk vervuild was, stonden de vissers er. Inmiddels is de waterkwaliteit flink verbeterd. De vangst bestaat vooral uit kleine vissen zoals ansjovis en horsmakreel. Een mooi beeld is het wel: een brug vol vissers en een verdieping lager toeristen die een gebakken visje eten. Bij Eminönü, aan het eind van de brug, kun je het bekende balık ekmek proberen, een broodje met gegrilde makreel. Vooral rond zonsondergang is de brug een fotogenieke plek met uitzicht op de Süleymaniye Moskee en de Galatatoren.

Het Dolmabahçepaleis werd tussen 1843 en 1856 gebouwd in opdracht van sultan Abdülmecit I, die het oude Topkapipaleis niet meer van deze tijd vond. Het paleis staat aan de Europese oever van de Bosporus, op een voormalige baai die voor de bouw werd drooggelegd. Daar verwijst ook de naam naar, die ‘opgevulde tuin’ betekent. Het complex telt 285 kamers en 46 zalen en combineert Europese stijlen zoals barok en neoclassicisme met Ottomaanse elementen. Mustafa Kemal Atatürk overleed hier op 10 november 1938; de klokken in het paleis staan nog altijd op 9.05 uur.
Vooral in de ontvangstzalen voor buitenlandse gasten is de rijkdom van de sultans goed te zien. Het hoogtepunt is de grote ceremoniële zaal met een kristallen kroonluchter van ruim vier ton. In de harem, waar de vrouwen, de kinderen en het personeel van de sultan woonden, zijn de decoraties soberder. Het paleis is tegenwoordig een museum met prachtig ingerichte stijlkamers vol kristal, verguldsel en kroonluchters. In de tuinen langs de Bosporus kun je na je bezoek nog even rondwandelen.

De Hagia Irene is een van de oudste kerken van Istanbul. Op deze plek stond al in de vierde eeuw een kerk, die tot de bouw van de Hagia Sophia de belangrijkste kerk van de stad was. In 381 vond hier het Eerste Concilie van Constantinopel plaats. Na de Nika-opstand van 532 liet keizer Justinianus de kerk herbouwen en na een aardbeving in 740 werd ze opnieuw hersteld. Die vorm is grotendeels bewaard gebleven.
Na de Ottomaanse verovering in 1453 werd de kerk niet omgebouwd tot moskee, maar binnen de muren van het Topkapipaleis gebruikt als wapenopslag. Daardoor zijn veel oorspronkelijke onderdelen bewaard gebleven, zoals het grote kruis in de apsis. Tegenwoordig is de Hagia Irene als museum te bezoeken en wordt het gebouw ook gebruikt voor concerten. Het interieur is sober, maar de oude grandeur van het gebouw is goed te zien als je erdoorheen loopt. Met de Museum Pass Istanbul heb je toegang.

De Egyptische Bazaar, ook wel de Kruidenbazaar genoemd, is na de Grote Bazaar de bekendste overdekte markt van Istanbul. Het gebouw hoort bij het complex van de Nieuwe Moskee (Yeni Cami) en werd in 1664 voltooid. De naam verwijst naar Egypte, omdat de bouw werd betaald met belastinginkomsten uit die Ottomaanse provincie. De bazaar heeft de vorm van een L en telt ruim tachtig winkels.
De ingang ligt bij Eminönü, naast de Nieuwe Moskee en vlak bij de Galatabrug. Eenmaal binnen word je omringd door de geuren van kruiden, thee en specerijen. Naast kruidenmengsels worden er gedroogd fruit, noten, lokum (Turks fruit), zeep, lampen en sjaals verkocht, maar het zijn vooral kruiden die je er tegenkomt. Het is een van de drukste markten van de stad, dus wie rustig wil rondkijken kan het beste ’s ochtends gaan. In de straatjes rond de bazaar zitten winkels met kaas, olijven, koffie en huishoudelijke artikelen.

Istanbul Modern is het museum voor moderne en hedendaagse kunst van Istanbul. Het opende in 2004 in een voormalig pakhuis aan de Bosporus in Karaköy. Dat pand maakte later plaats voor de nieuwe haven Galataport en op dezelfde plek verrees een nieuw museumgebouw naar een ontwerp van architect Renzo Piano. Dat opende in mei 2023 zijn deuren. Vanaf de terrassen heb je een prachtig uitzicht over de Bosporus en het historische schiereiland.
De vaste collectie laat Turkse kunst uit de negentiende tot en met de eenentwintigste eeuw zien, aangevuld met werk van internationale kunstenaars. Daarnaast zijn er wisselende tentoonstellingen en een afdeling voor fotografie. In het gebouw zijn ook een bioscoop, een bibliotheek en een restaurant gevestigd. Het museum ligt naast de cruiseterminal van Galataport en is goed te combineren met een wandeling door Karaköy en de wijk Galata. Vanaf de tramhalte Karaköy loop je er in een paar minuten naartoe.

Een opvallend kenmerk van Istanbul zijn de vele straatkatten. Straatkatten zijn er in veel grote steden, maar in Istanbul worden ze door de inwoners gezien als katten van iedereen en ook zo verzorgd. Je ziet dat in de hele stad, met name in wijken als Galata, Cihangir en Kadıköy. De katten liggen in winkels, restaurants en cafés tussen de gasten en soms zelfs tussen de koopwaar.
Winkeliers en bewoners zetten bakjes eten en water neer en op veel plekken staan kattenhuisjes op de stoep. Ook de gemeente zorgt voor de dieren door zwerfkatten te laten steriliseren en vaccineren. Daardoor zien de straatkatten van Istanbul er meestal goed verzorgd en doorvoed uit. De bijzondere band tussen de stad en haar katten is vastgelegd in de documentaire Kedi uit 2016, die het leven van een aantal straatkatten en hun verzorgers volgt. Ook bezienswaardigheden als de Hagia Sophia hebben hun eigen bekende kat gehad.

De Hippodroom van Constantinopel was het stadion voor wagenrennen van de stad. Keizer Septimius Severus begon rond 203 met de bouw en Constantijn de Grote breidde het stadion in de vierde eeuw flink uit. Er pasten tienduizenden toeschouwers in. In 532 begon hier de Nika-opstand tegen keizer Justinianus, die hard werd neergeslagen; volgens de bronnen kwamen daarbij zo’n dertigduizend mensen om het leven.
Van het stadion zelf is boven de grond weinig over. Het plein heet nu Sultanahmetplein en volgt nog de vorm van de oude renbaan. Er staan drie monumenten: de Obelisk van Theodosius, de Slangenzuil en de Gemetselde Obelisk. De Obelisk van Theodosius werd in de vijftiende eeuw voor Christus in Egypte gemaakt voor farao Thoetmosis III en in 390 door keizer Theodosius I naar de stad gebracht. Alleen het bovenste deel is bewaard. De Gemetselde Obelisk was ooit bekleed met bronzen platen, die de kruisvaarders in 1204 hebben omgesmolten.

De İstiklal Caddesi is de bekendste en drukste winkelstraat van Istanbul. De straat is ongeveer 1,4 kilometer lang en loopt van het Taksimplein naar de Tünel in Beyoğlu. Elke dag is hij gevuld met inwoners en toeristen. Het is een voetgangersgebied, maar je kunt ook de historische rode tram nemen die heen en weer rijdt tussen Taksim en Tünel. Vroeger heette de straat Grande Rue de Péra; de huidige naam betekent Onafhankelijkheidsstraat.

Naast winkels zijn er in de İstiklal Caddesi en de zijstraten veel cafés, restaurants en bars. Langs de straat staan ook historische gebouwen, kerken zoals de Sint-Antoniuskerk en verschillende consulaten, waaronder het Nederlandse consulaat-generaal in het Palais de Hollande. Door deze mix van winkels, horeca, cultuur en geschiedenis is de İstiklal Caddesi een bruisende straat waar altijd iets te beleven valt.

De draaiende derwisjen zijn een van de bekendste culturele bezienswaardigheden van Istanbul. Derwisjen zijn leden van een soefi-orde, een mystieke stroming binnen de islam. De draaiende derwisjen horen bij de Mevlevi-orde, die werd gesticht door volgelingen van de dertiende-eeuwse dichter Mevlana Rumi. Met hun draaiende dans, de sema, brengen ze hun toewijding aan God tot uiting. De sema staat op de UNESCO-lijst van immaterieel cultureel erfgoed.
In Istanbul kun je op meerdere plekken een sema bijwonen. De bekendste zijn het Hodjapasha Cultuurcentrum, een voormalig badhuis vlak bij station Sirkeci, en het Galata Mevlevihanesi, een oud derwisjenklooster in Beyoğlu dat nu een museum is. Het is verstandig om van tevoren kaarten te kopen. Tijdens de ceremonie wordt van het publiek verwacht dat het stil is en niet fotografeert, omdat het om een religieus ritueel gaat. Na afloop is er meestal gelegenheid om foto’s te maken.

De Tünel is een ondergrondse kabelspoorweg tussen Karaköy en de wijk Beyoğlu, het vroegere Pera. Hij opende in 1875 en is daarmee na de metro van Londen de op een na oudste ondergrondse spoorlijn ter wereld. De lijn is 573 meter lang en overbrugt een hoogteverschil van ruim zestig meter. Een rit duurt ongeveer anderhalve minuut.
Oorspronkelijk werden de wagens voortgetrokken door een stoommachine. In 1971 werd de lijn geëlektrificeerd en in de loop der jaren zijn de wagens vervangen door modernere exemplaren. Het bovenste station ligt aan het eind van de İstiklal Caddesi. Vandaar rijdt de historische tram over de winkelstraat naar het Taksimplein, waardoor je met Tünel en tram in korte tijd van het water naar Taksim reist. Je betaalt voor de Tünel met de Istanbulkart, die ook geldig is in de metro, tram, bussen en veerboten.

De Süleymaniye Moskee is een van de beeldbepalende moskeeën van Istanbul. Ze staat op de derde heuvel van de oude stad boven de Gouden Hoorn en bepaalt mede de skyline. De moskee werd tussen 1550 en 1557 gebouwd in opdracht van sultan Süleyman de Prachtlievende, door de beroemde architect Mimar Sinan. Rond de moskee liggen scholen, een ziekenhuis, een badhuis en gaarkeukens, die samen een groot complex vormen.
Süleyman wilde een moskee die zich kon meten met de Hagia Sophia. De koepel is iets kleiner dan die van de Hagia Sophia, maar het resultaat geldt als een van de hoogtepunten van de Ottomaanse bouwkunst. Sinds 2019 is de Çamlıca Moskee aan de Aziatische kant de grootste moskee van de stad. In de tuin achter de moskee liggen de grafmonumenten van Süleyman en zijn vrouw Hürrem Sultan; Sinan zelf is vlak buiten het complex begraven. De moskee is buiten de gebedstijden open voor bezoekers en de toegang is gratis.

De Gouden Hoorn is een smalle inham van de Bosporus die het historische schiereiland scheidt van de wijken Galata en Beyoğlu. In de Byzantijnse tijd was het de belangrijkste haven van de stad. Bij een aanval kon de toegang worden afgesloten met een enorme ketting. Tegenwoordig ligt de Gouden Hoorn midden in de stad en verbinden meerdere bruggen de twee oevers. De bekendste is de Galatabrug, waar altijd veel vissers staan.
Al in 1502 maakte Leonardo da Vinci een ontwerp voor een brug over de Gouden Hoorn voor sultan Bayezid II. De sultan wees het ontwerp af. Ook Michelangelo werd gevraagd, maar hij ging niet op de uitnodiging in. In 2001 werd een kleinere versie van Leonardo’s brug gebouwd in het Noorse Ås, als voetgangersbrug over een snelweg. Langs de oevers van de Gouden Hoorn liggen de historische wijken Fener en Balat en het Rahmi M. Koç Museum over transport en industrie.
