De citadel van Dinant is een groot verdedigingsbouwwerk gebouwd door de Nederlanders aan het begin van de 19e eeuw, toen het gebied deel uitmaakte van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De citadel bepaalt al eeuwen het aanzicht van de stad en torent als een grote beschermheer boven de stad uit. Op de plaats van de citadel stond al vanaf 1051 een versterking. In tijden van nood zocht de bevolking hier zijn toevlucht. Na de bouw van de citadel werd het bouwwerk alleen nog bewoond door soldaten. De citadel bestaat uit een aantal vertrekken die als onderdak voor de soldaten dienden, wapenopslagplaatsen en kruitkamers en een aantal zeer dikke muren met schietgaten erin om de vijand te kunnen bestoken. Op strategische plaatsen in de citadel staan enorme grote kanonnen opgesteld.

Sinds de vorige eeuw is de citadel in privébezit. Men kan er een rondleiding van ongeveer 45 minuten volgen die langs alle hoogtepunten van de citadel leidt. Voor wie dol is op militaire geschiedenis, kan dit erg interessant zijn. Enkele scènes uit de geschiedenis worden uitgebeeld met etalagepoppen. Daarnaast ziet men enkele vitrines met wapens. Hoogtepunt van de rondleiding is de doorgang door een loopgraaf uit de Eerste Wereldoorlog, waar men getracht heeft de bezoeker te laten beleven hoe het was te leven in een loopgraaf. Men eindigt met het klimmen door een weggezakt stuk citadel wat compleet scheef is en wat erg desoriënterend is om door te lopen. Sinds 2014 is een deel van de oude tentoonstelling vervangen door een expositie over de Eerste Wereldoorlog. Deze interactieve expositie vertelt het verhaal van de inwoners van de stad Dinant en de soldaten in de Citadel tijdens de gevechten in de stad. De soldaten zaten opgesloten in de citadel en waren gedwongen om tot de laatste man te vechten. De laatste kamer van deze expositie probeert de angsten van deze soldaten vast te leggen.


