Metz: hoofdstad van de Lorraine

Metz is een grote stad in het noordoosten van Frankrijk. Het is de grootste stad van Lotharingen en de hoofdstad van het departement Moselle. Tot 2016 was Metz ook de hoofdstad van de regio Lorraine, die nu deel uitmaakt van Grand Est. Het is een oude stad die in de tijd van de Romeinen al bestond. De naam gaat terug op de Gallische stam van de Mediomatrici. De t wordt niet uitgesproken, waardoor de naam eerder als Mess klinkt dan als Metz. Door de eeuwen heen is de stad Metz in veel verschillende handen geweest. De grootste invloed heeft Duitsland op de stad gehad. Na de Frans-Duitse Oorlog werd de stad in 1871 met de Vrede van Frankfurt ingelijfd door Duitsland. Metz werd de hoofdstad van de regio Lotharingen en kende een enorme bevolkingsgroei omdat veel Duitse immigranten in de stad kwamen wonen. Hierdoor werd ook het Duits een belangrijke taal in de stad. Tegenwoordig is het Duits geen meerderheidstaal meer in Metz maar wordt het nog wel door een groot deel van de bevolking gesproken. Na de Eerste Wereldoorlog werd Metz opnieuw onderdeel van Frankrijk.

Meer over de streek lees je op Lotharingen voor beginners.



Centre Pompidou Metz

Het Pompidou-Metz is het belangrijkste museum van Metz en misschien wel van de Lorraine. Gek genoeg beschikt het museum niet over een eigen collectie maar worden er uitsluitend exposities en tentoonstellingen gehouden. Het merendeel van deze exposities komt uit de verzameling van het Centre Pompidou in Parijs waar dit museum een satelliet museum van is.
centrepompidou
Het museum, dat in 2010 opende, heeft een opvallende architectuur met veel hout en glas. Hierdoor lijkt het een heel licht ontwerp. Het museum is ontworpen door de Japanse architect Shigeru Ban en de Fransman Jean de Gastines. Ook als je niet van moderne kunst houdt dan is het museum een aanrader. De centrale ontvangsthal is al een bezienswaardigheid op zich.



Kathedraal van Metz

De kathedraal van Metz of zoals hij officieel heet de Cathédrale Saint-Étienne de Metz is de kathedraal van het bisdom Metz. Het is een indrukwekkende kathedraal: het middenschip is 41,41 meter hoog, het op twee na hoogste van Frankrijk, en de lengte bedraagt 136 meter. De gotische kathedraal is tussen ongeveer 1220 en 1550 gebouwd en ontstond door het samenvoegen van twee oudere kerken.
kathedraalvanmetz
Het meest indrukwekkende onderdeel van de kathedraal van Metz zijn de enorme glas-in-loodramen. De enorme steunberen zorgen ervoor dat er extra grote glas-in-loodpartijen konden worden gemaakt: samen zo’n 6.500 vierkante meter, meer dan in welke kathedraal ook. Daarom heet ze ook wel de Lanterne du Bon Dieu. Enkele van de mooiste ramen zijn tussen 1958 en 1970 gemaakt door Marc Chagall.

Gare de Metz

Het station van Metz is een van de mooiste van Frankrijk; het won in 2017, 2018 en 2021 de verkiezing van mooiste station van het land. Het is tussen 1905 en 1908 gebouwd, toen Metz nog onderdeel was van het Duitse Rijk. Het station werd gebouwd in opdracht van keizer Wilhelm die voor hemzelf een keizerlijke loge liet bouwen. Deze loge wordt tegenwoordig gebruikt als kantoor. De omvang van het station valt te verklaren door de militaire functie: het was zo ontworpen dat er binnen 24 uur twintigduizend soldaten konden worden vervoerd. Daarom zijn de perrons zo breed en zijn er zoveel sporen.
garemetz
Als je het station vanuit de verte ziet dan lijkt het eerder op een kerk dan op een station. Dit komt door de hoge klokkentoren en de grote glas-in-loodramen.
Nadat Metz weer onderdeel werd van Frankrijk werden er enkele uiterlijke veranderingen aan het station aangebracht.

Esplanade de Metz

Net buiten het historische centrum van Metz ligt de Esplanade, een grote tuin die is aangelegd in het begin van de negentiende eeuw. Het midden van de tuin wordt gevormd door een grote fontein. In de zomermaanden zijn de verschillende grasvelden en bankjes van de Esplanade gevuld met studenten; een van de gebouwen van de voormalige universiteit van Metz staat naast de tuin. De Universiteit van Metz maakt tegenwoordig deel uit van de Université de Lorraine.
Op de Esplanade van Metz staan meerdere grote kunstwerken, zoals Le Cheval de bronze van Christophe Fratin, Le Poilu libérateur en La Naïade ou la Source van Charles Pêtre. In de tuin staat ook een buste van de in Metz geboren dichter Paul Verlaine, die jarenlang de geliefde was van Arthur Rimbaud.

Chapelle des Templiers

De Chapelle des Templiers werd tussen 1180 en 1200 door de tempeliers gebouwd, in Duits-romaanse stijl. Het is een achthoekige kapel, een vorm die typisch is voor gebouwen van de tempeliers. Van de oorspronkelijke fresco’s is er slechts één uit de veertiende eeuw bewaard gebleven, met daarop de Maagd Maria. De andere fresco’s stammen uit het begin van de twintigste eeuw, toen Hermann Schaper de kapel restaureerde.

In de sluitsteen van het gewelf is een duif te zien, het symbool van de Heilige Geest. De stad Metz kocht de kapel in 1904 en van 1957 tot 1989 was ze weer in gebruik als gebedshuis. Tegenwoordig hoort ze bij het complex van het Arsenal, vlak bij de Esplanade.

Arsenal de Metz

Het Arsenal de Metz is een concerthal die gespecialiseerd is in de klassieke en kunstmuziek. Het gebouw is te vinden naast de Esplanade van Metz. Het gebouw lijkt in eerste instantie niet zo heel groot, maar een groot deel bevindt zich ondergronds. Het heeft een totale vloeroppervlakte van 10.000 vierkante meter. De concertzaal opende in 1989 en is ontworpen door het bureau van Ricardo Bofill. Het concertgebouw is de thuishaven van het Franse nationale orkest van de Lorraine. Het Arsenal de Metz staat bekend om zijn uitstekende akoestiek. Er zijn twee zalen in het gebouw: de Grande Salle met 1.354 plaatsen en de Salle de l’Esplanade met 352 plaatsen.

Église Saint-Pierre-aux-Nonnains

De Église Saint-Pierre-aux-Nonnains is een van de oudste kerken van Frankrijk. De muren zijn gebouwd in de vierde eeuw na Christus, toen het gebouw deel uitmaakte van een Romeins badhuis. Niet lang na de bouw werd de kerk in de brand gestoken door de Vandalen. In de zevende eeuw werd het gebouw een kerk, de kapel van een benedictijns nonnenklooster. Dit klooster heeft tot de zestiende eeuw op deze plaats gestaan; daarna diende het gebouw lange tijd als opslagplaats. De resten ervan zijn nog steeds zichtbaar. Door de eeuwen heen is de Eglise Saint Pierre aux Nonnains meerdere malen verbouwd en gerenoveerd. Veel van de originele uitstraling is hierbij verloren gegaan.

Sinds 1909 is het gebouw beschermd als historisch monument. In de jaren zeventig is het gerestaureerd en tegenwoordig worden er concerten en tentoonstellingen gehouden.

Temple Neuf

De Temple Neuf, ook wel de nieuwe protestantse kerk genoemd, is gebouwd ten tijde van de Duitse overheersing van Metz. In deze periode zijn veel gebouwen in Metz opgeknapt of vervangen, om de superioriteit van het Duitse Rijk te laten zien. De Temple Neuf is daar een goed voorbeeld van. De kerk is tussen 1901 en 1904 in neoromaanse stijl gebouwd op het eilandje Petit-Saulcy, naar een ontwerp van Conrad Wahn. Keizer Wilhelm II was bij de inwijding op 14 mei 1904. In tegenstelling tot veel andere kerken werd er over de bouw van de Temple Neuf slechts drie jaar gedaan. Door de idyllische ligging van de kerk is hij op veel foto’s en ansichten van Metz terug te vinden.

Place d’Armes

De Place d’Armes is een van de belangrijkste pleinen in de historische binnenstad van Metz. Aan het plein is de Kathedraal van Metz, het Hotel de Ville en het Office du Tourisme van Metz te vinden. Het is een groot rechthoekig plein dat vanaf 1754 is aangelegd naar een ontwerp van architect Jacques-François Blondel. Het plein was oorspronkelijk bedoeld als paradeplaats voor het Franse leger. Het toeristenbureau van Metz is gevestigd in het voormalige corps de garde, de wachtpost. Dit gebouw is tegelijk met het stadhuis gebouwd, waardoor het plein een uniform karakter heeft. Voor het corps de garde staat een bronzen standbeeld van maarschalk Abraham Fabert.

Marche Couvert

De overdekte markt van Metz is te vinden tegenover de Kathedraal van Metz. De markt wordt er sinds 1831 gehouden. Voordat het gebouw een markt werd, was de Marché Couvert bedoeld als paleis van de bisschop. Hoeveel markten kunnen zeggen dat ze in een voormalig paleis gehouden worden? Het bisschoppelijk paleis is gebouwd in de tweede helft van de achttiende eeuw maar verloor na de Franse revolutie zijn oorspronkelijke functie.
Op de Marché Couvert worden hoofdzakelijk dagverse producten verkocht: van vis tot vlees en van kaas tot groente en fruit, het is er allemaal in overvloed te vinden. Naast de dagverse producten worden er ook veel lokale specialiteiten verkocht. Zo zijn er meerdere kramen te vinden waar quiche Lorraine verkocht wordt.

Avenue Foch

De avenue Foch is een straat in Metz die de overgang vormt tussen de oude en nieuwe stad van Metz. De straat werd gebouwd na de annexatie van Metz door Duitsland. Er zijn in de straat veel prachtige jugendstil- en art-decohuizen te vinden. Het oudste bouwwerk in de Avenue Foch is de Tour Camoufle. Deze toren was onderdeel van de stadsmuren van Metz. Andere bekende bouwwerken in deze straat zijn la villa moderne Bleyler, hotel Foch en het hotel Royal.

De Avenue Foch hoort bij de Nieuwe Stad, de wijk die de Duitsers rond 1900 aanlegden en waar ook het station van Metz staat. Een wandeling door deze straat combineer je dus goed met een bezoek aan het station.

Pont des Morts en Moyen Pont

De belangrijkste historische bruggen in Metz zijn de Pont des Morts en de Moyen Pont, vroeger de Moyen Pont des Morts genoemd. Beide bruggen hebben een nogal dubieuze naam: de dodenbrug. De Pont des Morts is de grootste en langste van de twee. De naam heeft te maken met de manier waarop de bruggen werden betaald. Het Hôpital Saint-Nicolas financierde de bouw door de beste kleren van iedere overledene in Metz in te zamelen en te verkopen. De Moyen Pont is ongeveer tegelijk gebouwd met de eerste stenen versie van de Pont des Morts en was versterkt: je ziet er nog de opening waarin de poortdeuren omlaag konden om de stad vanaf de rivier af te sluiten. De kleine brug is door de eeuwen meerdere malen vernield, voor het laatst tijdens de Tweede Wereldoorlog.