Het kasteel van de hertogen van Bretagne staat aan de rand van het oude centrum van Nantes. Hertog François II liet het vanaf 1466 herbouwen op de plek van een burcht uit het begin van de dertiende eeuw. Zijn dochter Anne de Bretagne, die later koningin van Frankrijk werd, zette de bouw voort. Van buiten is het een vesting met dikke muren, ronde torens en een gracht met gras. Op de binnenplaats staan de lichte gevels van de woonvleugels, met gotische dakkapellen.
Over de muren loopt een wandelpad van ongeveer 500 meter met uitzicht over de binnenplaatsen en de stad. De stad Nantes is sinds 1915 eigenaar van het kasteel. Na een restauratie van ongeveer vijftien jaar opende in 2007 het Musée d’histoire de Nantes in de gebouwen. Het Edict van Nantes uit 1598 is volgens de overlevering in de stad ondertekend, maar waar precies is niet zeker. Vanaf het kasteel loop je in een paar minuten naar de kathedraal en de wijk Bouffay.

Het Musée d’histoire de Nantes zit in het kasteel van de hertogen van Bretagne. In 32 zalen vertelt het museum de geschiedenis van de stad vanaf de Gallo-Romeinse tijd tot nu, met meer dan 800 voorwerpen. Er zijn schilderijen, plattegronden en maquettes, zoals de grote maquette van de stad die op de vloer van een van de zalen ligt. Het gebouw zelf geldt als eerste stuk van de collectie: je loopt door de oude vertrekken van het hertogelijk hof.
Een groot deel van het museum gaat over de haven en de handel. In de zalen 11 tot en met 17 staat de slavenhandel centraal, waarin Nantes de belangrijkste haven van Frankrijk was. Daar zie je onder meer ijzeren halsbanden uit de driehoekshandel. Andere zalen gaan over de scheepvaart en de industrie, zoals de koekjesfabriek LU. De laatste zaal is gewijd aan hedendaagse kunst. Wie meer wil weten over het verleden van de slavenhandel, kan daarna naar het Mémorial de l’abolition de l’esclavage aan de Loire.

De kathedraal Saint-Pierre-et-Saint-Paul is de grootste kerk van Nantes. De bouw begon in 1434 en was pas in 1891 klaar, maar het gebouw is toch één geheel in gotische stijl. Het schip is 37,5 meter hoog, hoger dan dat van de Notre-Dame in Parijs. De westgevel met twee torens en drie portalen kijkt uit op de Place Saint-Pierre. Binnen staat het praalgraf van hertog François II en Marguerite de Foix, tussen 1502 en 1507 gemaakt door Michel Colombe.
De kathedraal is twee keer zwaar beschadigd door brand. In 1972 ging de kap verloren door een ongeluk bij dakwerk; die is daarna in beton herbouwd. Op 18 juli 2020 werd er brand gesticht, waarbij het grote orgel uit de zeventiende eeuw en een glas-in-loodraam uit 1498 verloren gingen. Na de restauratie van het koor ging de kerk in september 2025 weer gedeeltelijk open. Naast de kathedraal staat de Porte Saint-Pierre, een poort van de vroegere stadsmuur. Het kasteel ligt op loopafstand.

De basiliek Saint-Nicolas staat vlak bij de Place Royale; de spitse toren zie je vanaf het plein boven de daken uitsteken. De kerk werd tussen 1844 en 1869 gebouwd naar een ontwerp van Jean-Baptiste Lassus, een architect die samenwerkte met Viollet-le-Duc. Het was een van de eerste neogotische kerken in Frankrijk. Paus Leo XIII gaf de kerk in 1882 de titel basiliek.
De gevel is van lichte steen, met een brede trap naar de ingang en een hoge toren met spits. Binnen zie je spitsbogen, ribgewelven en veel glas-in-lood, in de stijl van de middeleeuwse kathedralen die Lassus als voorbeeld nam. Samen met de toren van de kathedraal bepaalt de basiliek het silhouet van het centrum. Vanaf de kerk loop je in een paar minuten naar de Passage Pommeraye en de winkelstraten rond de Rue Crébillon.

De Passage Pommeraye is een overdekte winkelgalerij uit 1843 in het centrum van Nantes. Notaris Louis Pommeraye nam het initiatief; de architecten waren Jean-Baptiste Buron en Hippolyte Durand-Gasselin. Het terrein heeft een hoogteverschil van 9 meter, daarom ligt de passage op drie niveaus die met een monumentale trap zijn verbonden. Pommeraye zelf ging in de crisis van 1848 failliet.
De galerij is 134 meter lang en 20 meter hoog, met een glazen dak, smeedijzeren balustrades en zuilen. Langs de trappen en balkons staan beelden van Jean Debay, onder meer twee kinderen bij de klok die de dag en de nacht voorstellen. In de passage zitten winkels voor kleding, sieraden en cadeaus. Hij ligt tussen de Place Royale en de Place Graslin en is daarom een handige doorsteek tijdens een wandeling door het centrum.

De Place Royale is een van de bekendste pleinen van Nantes. Architect Mathurin Crucy tekende het in 1786, toen de stad buiten de middeleeuwse muren groeide. Om ruimte te maken werd in 1790 een oude stadspoort gesloopt. De gebouwen rond het plein hebben dezelfde lichte gevels met smeedijzeren balkons, waardoor het plein één geheel vormt.
In het midden staat een granieten fontein uit 1865. Bovenop staat een vrouwenfiguur met een drietand die de stad Nantes voorstelt, met om haar heen beelden van de Loire en vier zijrivieren: de Erdre, de Sèvre, de Cher en de Loiret. Bij het bombardement van 1943 werden acht van de negen gebouwen aan het plein verwoest. Ze zijn daarna herbouwd met de oude gevels als voorbeeld; dat werk was in 1961 klaar. Boven de daken zie je de toren van de basiliek Saint-Nicolas, en de Passage Pommeraye ligt om de hoek.

De Place Graslin is het plein van het Théâtre Graslin, het operagebouw van Nantes. Architect Mathurin Crucy ontwierp het theater; het opende op 23 maart 1788. Plein en theater zijn genoemd naar Jean-Louis Graslin, de eigenaar van de grond waarop de nieuwe wijk werd gebouwd. In 1796 brandde het theater af tijdens een voorstelling. Crucy bouwde het opnieuw op, en Pasen 1813 ging het weer open.
De gevel heeft een zuilengang van acht korinthische zuilen. Op de dakrand staan beelden van acht van de negen muzen, die er sinds 1825 staan. Het theater wordt nog altijd gebruikt voor opera en concerten. Aan het plein ligt ook brasserie La Cigale uit 1895, met een art-nouveau-interieur. Via de Rue Crébillon loop je naar de Passage Pommeraye en de Place Royale.

La Cigale is een brasserie aan de Place Graslin, tegenover het theater. Ze opende op 1 april 1895 en werd ingericht door Émile Libaudière, architect en keramist. Het interieur is in art-nouveaustijl: houtsnijwerk, gekleurde tegels, spiegels, schilderingen op het plafond en een grote klok. Sinds 1964 is het interieur beschermd als monument historique.
De brasserie is nog altijd een restaurant, met Franse gerechten, zeevruchten en ontbijt. Filmregisseur Jacques Demy, die uit Nantes kwam, draaide er scènes voor zijn film Lola uit 1961. De gevel aan het plein is eenvoudig; het art-nouveau-interieur zie je pas als je binnenstapt. La Cigale betekent de krekel. Vanaf het terras aan het plein kijk je uit op de zuilen van het theater.

Bouffay is de oudste wijk van Nantes, tussen het kasteel en de Erdre, die hier vroeger door de stad stroomde. De wijk heeft smalle straten met vakwerkhuizen en oude stenen gevels. Rond de Place du Bouffay zitten veel restaurants, crêperies en cafés met terrassen. De naam komt van het vroegere Château du Bouffay.
Midden in de wijk staat de kerk Sainte-Croix, sinds 1138 de parochiekerk van Bouffay. Het schip is gebouwd tussen 1669 en 1685, met een klassieke voorgevel. Bovenop staat het opvallende klokkenhuis met engelen die op trompetten blazen. Dat komt van de Tour du Bouffay, een toren uit 1664 die in 1848 werd gesloopt. In 1860 werd het op de kerk geplaatst, samen met de klok uit 1663 die ruim 8.000 kilo weegt.

De Tour LU is een overblijfsel van de koekjesfabriek van Lefèvre-Utile, waar sinds 1895 de bekende LU-koekjes werden gemaakt. Architect Auguste Bluysen zette in 1909 twee hoektorens op het gebouw, rijk versierd. De torens werden bij de bombardementen van 1943 beschadigd. De westelijke toren is later gesloopt; de oostelijke toren van 38 meter is eind jaren negentig gerestaureerd.
In het oude fabrieksgebouw zit sinds 2000 Le Lieu Unique, een cultureel centrum met tentoonstellingen, voorstellingen, concerten, een boekwinkel, een bar en een restaurant. De toren is sinds 2022 weer te beklimmen; na zo’n 130 treden heb je uitzicht over de stad, het station en het kasteel. De fabriek ligt aan de overkant van het kanaal Saint-Félix, op loopafstand van het station. Een deel van de geschiedenis van LU komt ook aan bod in het Musée d’histoire de Nantes.
