Nantes: de stad van Jules Verne

Nantes ligt aan de Loire in het westen van Frankrijk en is met ruim 327.000 inwoners de hoofdstad van de regio Pays de la Loire. In de vijftiende eeuw was de stad de residentie van de hertogen van Bretagne; hun kasteel staat nog midden in het centrum. In de achttiende eeuw werd Nantes rijk door de haven en de handel, waaronder de slavenhandel. Uit die tijd stammen de pleinen en gevels rond de Place Royale en de Place Graslin. Schrijver Jules Verne werd in 1828 in Nantes geboren.

Een bezoek aan Nantes begint meestal in het oude centrum, met het kasteel, de kathedraal en de wijk Bouffay. Op het Île de Nantes zijn de oude scheepswerven omgebouwd tot een nieuw stadsdeel met Les Machines de l’île en de Grote Olifant. Elke zomer plaatst Le Voyage à Nantes kunstwerken in de stad, en een groene lijn op straat leidt langs de bezienswaardigheden. In 1985 kreeg Nantes als eerste Franse stad weer een tramnet; met tram, bus en Navibus kom je overal. Wie weinig tijd heeft, ziet de hoogtepunten ook in één dag.



Kasteel van de hertogen van Bretagne

Het kasteel van de hertogen van Bretagne staat aan de rand van het oude centrum van Nantes. Hertog François II liet het vanaf 1466 herbouwen op de plek van een burcht uit het begin van de dertiende eeuw. Zijn dochter Anne de Bretagne, die later koningin van Frankrijk werd, zette de bouw voort. Van buiten is het een vesting met dikke muren, ronde torens en een gracht met gras. Op de binnenplaats staan de lichte gevels van de woonvleugels, met gotische dakkapellen.

Over de muren loopt een wandelpad van ongeveer 500 meter met uitzicht over de binnenplaatsen en de stad. De stad Nantes is sinds 1915 eigenaar van het kasteel. Na een restauratie van ongeveer vijftien jaar opende in 2007 het Musée d’histoire de Nantes in de gebouwen. Het Edict van Nantes uit 1598 is volgens de overlevering in de stad ondertekend, maar waar precies is niet zeker. Vanaf het kasteel loop je in een paar minuten naar de kathedraal en de wijk Bouffay.



Musée d’histoire de Nantes

Het Musée d’histoire de Nantes zit in het kasteel van de hertogen van Bretagne. In 32 zalen vertelt het museum de geschiedenis van de stad vanaf de Gallo-Romeinse tijd tot nu, met meer dan 800 voorwerpen. Er zijn schilderijen, plattegronden en maquettes, zoals de grote maquette van de stad die op de vloer van een van de zalen ligt. Het gebouw zelf geldt als eerste stuk van de collectie: je loopt door de oude vertrekken van het hertogelijk hof.

Een groot deel van het museum gaat over de haven en de handel. In de zalen 11 tot en met 17 staat de slavenhandel centraal, waarin Nantes de belangrijkste haven van Frankrijk was. Daar zie je onder meer ijzeren halsbanden uit de driehoekshandel. Andere zalen gaan over de scheepvaart en de industrie, zoals de koekjesfabriek LU. De laatste zaal is gewijd aan hedendaagse kunst. Wie meer wil weten over het verleden van de slavenhandel, kan daarna naar het Mémorial de l’abolition de l’esclavage aan de Loire.

Kathedraal Saint-Pierre-et-Saint-Paul

De kathedraal Saint-Pierre-et-Saint-Paul is de grootste kerk van Nantes. De bouw begon in 1434 en was pas in 1891 klaar, maar het gebouw is toch één geheel in gotische stijl. Het schip is 37,5 meter hoog, hoger dan dat van de Notre-Dame in Parijs. De westgevel met twee torens en drie portalen kijkt uit op de Place Saint-Pierre. Binnen staat het praalgraf van hertog François II en Marguerite de Foix, tussen 1502 en 1507 gemaakt door Michel Colombe.

De kathedraal is twee keer zwaar beschadigd door brand. In 1972 ging de kap verloren door een ongeluk bij dakwerk; die is daarna in beton herbouwd. Op 18 juli 2020 werd er brand gesticht, waarbij het grote orgel uit de zeventiende eeuw en een glas-in-loodraam uit 1498 verloren gingen. Na de restauratie van het koor ging de kerk in september 2025 weer gedeeltelijk open. Naast de kathedraal staat de Porte Saint-Pierre, een poort van de vroegere stadsmuur. Het kasteel ligt op loopafstand.

Basiliek Saint-Nicolas

De basiliek Saint-Nicolas staat vlak bij de Place Royale; de spitse toren zie je vanaf het plein boven de daken uitsteken. De kerk werd tussen 1844 en 1869 gebouwd naar een ontwerp van Jean-Baptiste Lassus, een architect die samenwerkte met Viollet-le-Duc. Het was een van de eerste neogotische kerken in Frankrijk. Paus Leo XIII gaf de kerk in 1882 de titel basiliek.

De gevel is van lichte steen, met een brede trap naar de ingang en een hoge toren met spits. Binnen zie je spitsbogen, ribgewelven en veel glas-in-lood, in de stijl van de middeleeuwse kathedralen die Lassus als voorbeeld nam. Samen met de toren van de kathedraal bepaalt de basiliek het silhouet van het centrum. Vanaf de kerk loop je in een paar minuten naar de Passage Pommeraye en de winkelstraten rond de Rue Crébillon.

Passage Pommeraye

De Passage Pommeraye is een overdekte winkelgalerij uit 1843 in het centrum van Nantes. Notaris Louis Pommeraye nam het initiatief; de architecten waren Jean-Baptiste Buron en Hippolyte Durand-Gasselin. Het terrein heeft een hoogteverschil van 9 meter, daarom ligt de passage op drie niveaus die met een monumentale trap zijn verbonden. Pommeraye zelf ging in de crisis van 1848 failliet.

De galerij is 134 meter lang en 20 meter hoog, met een glazen dak, smeedijzeren balustrades en zuilen. Langs de trappen en balkons staan beelden van Jean Debay, onder meer twee kinderen bij de klok die de dag en de nacht voorstellen. In de passage zitten winkels voor kleding, sieraden en cadeaus. Hij ligt tussen de Place Royale en de Place Graslin en is daarom een handige doorsteek tijdens een wandeling door het centrum.

Place Royale

De Place Royale is een van de bekendste pleinen van Nantes. Architect Mathurin Crucy tekende het in 1786, toen de stad buiten de middeleeuwse muren groeide. Om ruimte te maken werd in 1790 een oude stadspoort gesloopt. De gebouwen rond het plein hebben dezelfde lichte gevels met smeedijzeren balkons, waardoor het plein één geheel vormt.

In het midden staat een granieten fontein uit 1865. Bovenop staat een vrouwenfiguur met een drietand die de stad Nantes voorstelt, met om haar heen beelden van de Loire en vier zijrivieren: de Erdre, de Sèvre, de Cher en de Loiret. Bij het bombardement van 1943 werden acht van de negen gebouwen aan het plein verwoest. Ze zijn daarna herbouwd met de oude gevels als voorbeeld; dat werk was in 1961 klaar. Boven de daken zie je de toren van de basiliek Saint-Nicolas, en de Passage Pommeraye ligt om de hoek.

Place Graslin en Théâtre Graslin

De Place Graslin is het plein van het Théâtre Graslin, het operagebouw van Nantes. Architect Mathurin Crucy ontwierp het theater; het opende op 23 maart 1788. Plein en theater zijn genoemd naar Jean-Louis Graslin, de eigenaar van de grond waarop de nieuwe wijk werd gebouwd. In 1796 brandde het theater af tijdens een voorstelling. Crucy bouwde het opnieuw op, en Pasen 1813 ging het weer open.

De gevel heeft een zuilengang van acht korinthische zuilen. Op de dakrand staan beelden van acht van de negen muzen, die er sinds 1825 staan. Het theater wordt nog altijd gebruikt voor opera en concerten. Aan het plein ligt ook brasserie La Cigale uit 1895, met een art-nouveau-interieur. Via de Rue Crébillon loop je naar de Passage Pommeraye en de Place Royale.

La Cigale

La Cigale is een brasserie aan de Place Graslin, tegenover het theater. Ze opende op 1 april 1895 en werd ingericht door Émile Libaudière, architect en keramist. Het interieur is in art-nouveaustijl: houtsnijwerk, gekleurde tegels, spiegels, schilderingen op het plafond en een grote klok. Sinds 1964 is het interieur beschermd als monument historique.

De brasserie is nog altijd een restaurant, met Franse gerechten, zeevruchten en ontbijt. Filmregisseur Jacques Demy, die uit Nantes kwam, draaide er scènes voor zijn film Lola uit 1961. De gevel aan het plein is eenvoudig; het art-nouveau-interieur zie je pas als je binnenstapt. La Cigale betekent de krekel. Vanaf het terras aan het plein kijk je uit op de zuilen van het theater.

Bouffay en Sainte-Croix

Bouffay is de oudste wijk van Nantes, tussen het kasteel en de Erdre, die hier vroeger door de stad stroomde. De wijk heeft smalle straten met vakwerkhuizen en oude stenen gevels. Rond de Place du Bouffay zitten veel restaurants, crêperies en cafés met terrassen. De naam komt van het vroegere Château du Bouffay.

Midden in de wijk staat de kerk Sainte-Croix, sinds 1138 de parochiekerk van Bouffay. Het schip is gebouwd tussen 1669 en 1685, met een klassieke voorgevel. Bovenop staat het opvallende klokkenhuis met engelen die op trompetten blazen. Dat komt van de Tour du Bouffay, een toren uit 1664 die in 1848 werd gesloopt. In 1860 werd het op de kerk geplaatst, samen met de klok uit 1663 die ruim 8.000 kilo weegt.

Tour LU en Le Lieu Unique

De Tour LU is een overblijfsel van de koekjesfabriek van Lefèvre-Utile, waar sinds 1895 de bekende LU-koekjes werden gemaakt. Architect Auguste Bluysen zette in 1909 twee hoektorens op het gebouw, rijk versierd. De torens werden bij de bombardementen van 1943 beschadigd. De westelijke toren is later gesloopt; de oostelijke toren van 38 meter is eind jaren negentig gerestaureerd.

In het oude fabrieksgebouw zit sinds 2000 Le Lieu Unique, een cultureel centrum met tentoonstellingen, voorstellingen, concerten, een boekwinkel, een bar en een restaurant. De toren is sinds 2022 weer te beklimmen; na zo’n 130 treden heb je uitzicht over de stad, het station en het kasteel. De fabriek ligt aan de overkant van het kanaal Saint-Félix, op loopafstand van het station. Een deel van de geschiedenis van LU komt ook aan bod in het Musée d’histoire de Nantes.

Jardin des Plantes

De Jardin des Plantes is de botanische tuin van Nantes, vlak bij het station. Het park beslaat ongeveer 7 hectare en draagt het label Jardin remarquable. De huidige tuin ontstond begin negentiende eeuw; het bovenste deel ging in 1829 open voor het publiek. Er zijn oude bomen, vijvers, bloemperken en grote grasvelden.

Opvallend zijn de kassen, waaronder een warme kas uit 1844 en het Palmarium uit 1898, een glazen koepel met tropische planten. Tussen de bloemperken staan werken van tekenaar Claude Ponti, zoals een reusachtige bank en grote bloempotten waar kinderen in kunnen spelen. Ze werden gemaakt voor Le Voyage à Nantes, het jaarlijkse kunstproject in de stad. De tuin is daardoor een goede plek voor een pauze met kinderen.

Musée d’arts de Nantes

Het Musée d’arts de Nantes is het kunstmuseum van de stad. Het hoofdgebouw is een paleis van architect Clément-Marie Josso uit 1900, met een gevel vol beelden en een binnenhof onder een glazen dak. In 2017 heropende het museum na een renovatie en uitbreiding door het Britse bureau Stanton Williams. Daarbij kwam de Cube, een nieuwe vleugel met vier verdiepingen voor hedendaagse kunst.

De collectie loopt van de middeleeuwen tot nu, met schilderijen, beelden en installaties. In de oude zalen hangen schilderijen van oude meesters, in de nieuwe vleugel staat moderne en hedendaagse kunst. Bij het museum hoort ook een kapel uit de zeventiende eeuw. Het museum ligt aan de Rue Georges-Clemenceau, tussen de kathedraal en de Jardin des Plantes.

Muséum d’histoire naturelle

Het Muséum d’histoire naturelle van Nantes zit sinds 1875 in het vroegere Hôtel de la Monnaie, het gebouw waar munten werden geslagen. De collectie gaat over dieren, gesteenten en mineralen, en over de natuur van de streek rond de Loire.

In de grote zaal staan skeletten van grote zoogdieren tussen lange rijen houten vitrines. Er hangt ook het skelet van een walvis. In de vitrines eromheen staan opgezette dieren, insecten en schelpen. Het vivarium toont levende reptielen en amfibieën uit de tropen en uit de eigen regio. Het museum ligt aan de Rue Voltaire, op een paar minuten lopen van de Passage Pommeraye en het Mémorial de l’abolition de l’esclavage.

Mémorial de l’abolition de l’esclavage

Het Mémorial de l’abolition de l’esclavage aan de Quai de la Fosse herdenkt de slavenhandel en de afschaffing daarvan. Nantes was de belangrijkste slavenhaven van Frankrijk. Vanuit de stad vertrokken 1.744 expedities, ruim 40 procent van alle Franse, en meer dan 450.000 Afrikanen werden zo naar Amerika vervoerd.

Het monument is ontworpen door kunstenaar Krzysztof Wodiczko en architect Julian Bonder en ging op 25 maart 2012 open. Langs de kade liggen glazen plaatjes in de grond met de namen van schepen en havens. Een trap leidt naar een gang onder de kade, waar op glazen panelen teksten over vrijheid en slavernij staan, in verschillende talen. De geschiedenis van de slavenhandel in Nantes wordt uitgebreid verteld in het Musée d’histoire de Nantes.

Les Machines de l’île en de Grote Olifant

Les Machines de l’île is een project van François Delarozière en Pierre Orefice op het Île de Nantes. Het opende in 2007 in de oude hallen van de scheepswerven, de Nefs. Het bekendste onderdeel is de Grote Olifant, een houten en stalen machine van 12 meter hoog en 8 meter breed die ruim 45 ton weegt. Er kunnen ongeveer vijftig mensen op meerijden tijdens een wandeling over het terrein, en de olifant spuit regelmatig water uit zijn slurf.

In de Galerie des Machines staan andere machines, zoals een spin, een reiger en een mier, die je in werking kunt zien. Het is tegelijk de werkplaats van het gezelschap La Machine. De Arbre aux Hérons, een reusachtige boom met reigers, werd in 2022 door de stad geschrapt. Naast de hallen staat de Carrousel des Mondes Marins, en verderop langs het water de gele Titan-kraan.

Carrousel des Mondes Marins

De Carrousel des Mondes Marins is een draaimolen van 25 meter hoog in het Parc des Chantiers op het Île de Nantes, naast Les Machines de l’île. Hij opende in 2012 en is gemaakt door dezelfde makers als de Grote Olifant. De draaimolen heeft drie verdiepingen die samen de zee voorstellen: de zeebodem, de diepzee en het wateroppervlak met boten.

In de carrousel zitten ongeveer 35 bewegende zeedieren, zoals krabben, inktvissen en vissen uit de diepzee. Bezoekers kunnen op de dieren meerijden en ze met hendels zelf laten bewegen. De constructie van staal en hout is ook van buitenaf te zien, met trappen en loopbruggen rond de verdiepingen. Vanaf het terrein loop je langs de Loire naar de Quai des Antilles met de ringen van Buren en de Hangar à Bananes.

Quai des Antilles

De Quai des Antilles ligt aan de westpunt van het Île de Nantes, aan de Loire. Langs de reling van de kade staan achttien grote metalen ringen, de Anneaux van Daniel Buren en Patrick Bouchain. Ze werden in 2007 geplaatst voor het kunstproject Estuaire en lichten ’s avonds rood, blauw en groen op. Door de ringen heb je uitzicht op de rivier en de stad aan de overkant.

Achter de ringen staat de Hangar à Bananes, een loods waar vanaf 1929 bananen rijpten die per schip werden aangevoerd. Het gebouw werd in 1943 gebombardeerd en in 1949 opnieuw opgebouwd. Sinds 2007 zitten er bars, restaurants en een kunstruimte, met terrassen aan het water. Verderop langs de kade staat de grijze Titan-kraan, en Les Machines de l’île liggen op loopafstand.

Titan-kranen

De Titan-kranen herinneren aan de scheepsbouw op het Île de Nantes. Op de werven van onder meer Dubigeon werden tot de sluiting in 1987 schepen gebouwd. Twee grote kranen bleven staan. De gele Titan uit 1954 is 43 meter hoog en staat aan het einde van een loopbrug bij Les Machines de l’île. Hij kreeg eind jaren zeventig zijn gele kleur.

De grijze Titan uit 1966 is 47 meter hoog en staat aan de Loire, vlak bij de Quai des Antilles. Hij is sinds 2005 beschermd als monument historique; de gele kraan werd later ook beschermd. Beide kranen zijn herkenningspunten van het eiland en goed te zien vanaf de kades en de bruggen. Een wandeling langs de oude werven en kades leidt langs de kranen, de oude hallen en de kunstwerken van Estuaire.

Jardin extraordinaire

De Jardin extraordinaire ligt in de voormalige steengroeve van Miséry in de wijk Chantenay, aan de Loire ten westen van het centrum. Uit deze groeve kwam vanaf de zestiende eeuw steen voor de gebouwen van Nantes. In 2019 opende hier een tuin van ongeveer 3,5 hectare, die in 2025 werd uitgebreid.

Het hoogtepunt is een waterval die over een rotswand van 25 meter naar beneden valt, met daaromheen varens en andere exotische planten. Een stalen trap, de Escalier de la falaise, loopt langs de rotswand naar boven en biedt uitzicht over de tuin en de rivier. Volgens het bord bij de trap is hij ontworpen door François Delarozière van La Machine, de maker van Les Machines de l’île. Vanaf de Butte Sainte-Anne loop je in een kwartier naar de tuin.

Butte Sainte-Anne en Musée Jules Verne

De Butte Sainte-Anne is een heuvel aan de westkant van Nantes, boven de Loire. Vanaf de Quai de l’Aiguillon leidt een trap van 121 treden naar boven, naar het beeld van de heilige Anna dat hier sinds 1871 over de rivier uitkijkt. Vanaf het plein heb je uitzicht over de Loire, het Île de Nantes en de Titan-kranen.

Op de heuvel staat het Musée Jules Verne, dat in 1978 opende, honderdvijftig jaar na de geboorte van de schrijver in Nantes. Het is niet zijn geboortehuis en Verne heeft er ook niet gewoond. In het museum zie je boeken, illustraties, maquettes en voorwerpen die met zijn verhalen te maken hebben. Vlakbij is het planetarium van de stad. Vanaf de heuvel loop je in een kwartier naar de Jardin extraordinaire in de oude steengroeve van Miséry.