De wederdopers waren een religieuze beweging die in de zestiende eeuw ontstond, tijdens de Reformatie. Ze vonden dat iemand pas als volwassene kon worden gedoopt. Wie als kind was gedoopt, moest daarom opnieuw worden gedoopt, wat hun naam verklaart. In februari 1534 kregen ze in Münster de meerderheid in de gemeenteraad en maakten ze de stad tot het centrum van hun nieuwe Jeruzalem. Na de dood van Jan Matthijs werd Jan van Leiden hun leider. Hij liet zich tot koning uitroepen. Zijn belangrijkste medestanders waren Bernd Knipperdolling en Bernd Krechting.
In de stad werden alle boeken behalve de bijbel verbrand en gemeenschappelijk bezit en veelwijverij ingevoerd. Wie zich verzette, werd hard aangepakt. De bisschop van Münster liet de stad belegeren en in juni 1535 werd Münster ingenomen. Jan van Leiden, Knipperdolling en Krechting werden gevangengenomen en in januari 1536 terechtgesteld. Hun lichamen werden in ijzeren kooien aan de toren van de Lambertikerk gehangen. De kooien hangen er nog steeds. Volgens een van de verklaringen gaat de uitdrukking zich ergens met een Jantje van Leiden van afmaken op hem terug.


