De kloof van Gravina is het natuurlijke hart van de stad. De “gravina” is een diepe, smalle insnijding in het kalksteen, met steile wanden en een dalbodem die afhankelijk van het seizoen groener of juist droger oogt. Wat het extra bijzonder maakt: in de rotsen zie je overal sporen van bewoning. Er zijn grotten, uitgegraven kamers en doorgangen die laten zien dat mensen dit landschap al eeuwenlang gebruikten als schuilplaats, opslag en woonruimte. Vanaf het historische centrum kijk je op meerdere plekken de kloof in, maar het wordt pas echt indrukwekkend als je via trappen en paden afdaalt. Beneden ervaar je de schaal van de wanden en zie je de bruggen, waaronder de Ponte Acquedotto, van onderaf. Draag stevige schoenen, want ondergrond kan ongelijk zijn, en ga niet vlak na regen afdalen: paden kunnen dan glad worden.


